Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Huishoudens.

Huishoudens

Voorbeeldzinnen (20)

Bij deze gasprijzen zakt de energieprijs voor huishoudens onder het prijsplafond van het kabinet dat deze maand is ingegaan en dat bedoeld is om huishoudens te beschermen tegen de extreme energieprijzen die ontstonden na de Russische invasie van Oekraïne.

Binnen Nederland kwam de meeste economische groei terecht bij huishoudens: 5,0 procentpunt kwam ten goede van het beschikbaar inkomen van huishoudens, in lopende prijzen.

De streamingdienst heeft wereldwijd 223 miljoen betalende huishoudens, maar ook zo'n 100 miljoen huishoudens die gratis meekijken omdat ze het wachtwoord gekregen hebben van familie of vrienden.

En er komen meer huishoudens bij: dat waren1.250 huishoudens, en worden er 1.850.

In de Verenigde Staten is de groei van de rijkdom van huishoudens aan de top van de samenleving in feite minder sterk dan die van huishoudens aan de onderkant.

Ter vergelijking: Leiden telt 112 huishoudens per laadpaal en Zoeterwoude 117 huishoudens per laadpaal.

Uitgaande van 8,3 miljoen huishoudens betekent het dat bijna 460.000 huishoudens geen inboedelverzekering hebben.

Albert Heijn voegt 390.000 nieuwe huishoudens in de regio Haaglanden toe aan AH Compact, de gratis bezorgdienst speciaal voor kleine huishoudens.

Daarnaast kent de regio Groningen een groot aantal jonge huishoudens tot 29 jaar, te weten 52.500 huishoudens.

De allerrijkste huishoudens in Nederland betalen gemiddeld veel minder belasting dan andere huishoudens.

De subsidies van de huidige 1,5 miljoen huishoudens met zonnepanelen worden in elk geval deels opgebracht door de 6,5 miljoen huishoudens met kale daken.

Dit betekent dat als we de koopkracht van arme huishoudens willen ondersteunen, de relatief rijke huishoudens extra koopkracht moeten inleveren.

Dit zou dus inhouden dat 800 huishoudens van de door mij gestelde weddenschap 1.000 huishoudens, geïmporteerde eieren kopen.

Huishoudens zonder zonnepanelen zagen hun gebruik minder hard dalen dan huishoudens die er wel hebben.

Maar de kloof tussen huishoudens met een hoog inkomen (98 procent) ten opzichte van de huishoudens met een laag inkomen (82 procent) blijft opvallend.

Ruim de helft van de huishoudens kan het hoge prijsniveau dankzij reserves ruim een jaar volhouden zonder de uitgaven te verlagen, maar liefst 350.000 huishoudens houdt het maximaal drie maanden vol.

Uitgaande van de bestaande tarievenstructuur voor stroom is vastgesteld dat een verbruiksgrens van ongeveer 400 kWh gehanteerd kan worden, om huishoudens en niet huishoudens te laten registreren om in het bestand opgenomen te worden.

Veel meer huishoudens dan die geschatte 1 mio huishoudens.

De huishoudens geven gemiddeld 13 tot 20 procent van hun inkomen uit aan energie, terwijl dat voor alle huishoudens gemiddeld 5 procent is.

Het zijn de huishoudens met een variabel contract - 35 procent van de gezinnen wat elektriciteit betreft, en 45 procent van de huishoudens wat aardgas betreft - die de prijs betalen.