Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Keeren.
Voorbeeldzinnen (20)
Dat raakt Lucifer, die bezweert alles te zullen doen om dat te voorkomen: 'Dat zal ick keeren, is het anders in myn maght'.
In 't algemeen ‘iemand, die alle energie en lust mist om iets goeds tot stand te brengen of iets kwaads te keeren.
Al mijne landgenooten noodig ik uit, soortgelijken uitstap te doen, en geenszins twijfel ik, of zij zullen zich zulks niet beklagen, maar integendeel verblijd, van nieuwe stof tot hoogschatting van hun vaderland opgedaan te hebben, huiswaarts keeren.
Door de onzen bevolen terug te keeren, weigerde hij, stelde zich persoonlijk te weer en riep den bijstand der zijnen in, terwijl hij herhaaldelijk uitschreeuwde, dat hij een vrij man was en burger van een vrijen staat.
Heeft hij niet gezien, hoe Tromp het smaldeel van Smith aangegrepen en op de vlucht geslagen heeft, ja het vernield zou hebben, indien hij niet hadde begrepen terug te moeten keeren om hulp te bieden aan De Ruyter?
Het gebeurt hem alle weken maar twee keeren; en het is van ieder bekend.
Het is verboden, bij eene openbare verkooping of openbare verpachting eenigerlei premie uit te loven of uit te keeren; met uitzondering van - voorzoover betreft eene openbare verkooping - strijkgeld.
Ik hoop dat het jullie niet moeilijk valt m'n overkomst beide keeren mogelijk te maken!
In de verhouding der dichters tot de poëzie keeren immers bepaalde elementen regelmatig terug, want ‘de’ poëzie is voor hen evenmin iets vanzelfsprekends als voor nietdichters.
Keer omme, keer omme; Schoon dochtertje keer je eens omme; Dat heeft zij van haar vrijer geleerd Vrijer en vrijster, trala, lijster, tralalom, Vrijer en vrijster keeren zich om, en nog ereis in 't rondom.
Ook de zandlooper komt verschillende keeren voor met de vleugels van een vleermuis en een vogel als zinnebeeld van dag en nacht.
Slechts enkele keeren had hij onzedelijke handelingen met haar gepleegd, ze meende ongeveer vier malen.
Spreeckt trots/ wie wilt ons keeren?
Thans, uit mijn vaderland en huis verdreven, alleen en zonder eenig middel om mijn rang op te houden, waarheen zal ik mij keeren?
We zijn vandaag wel eenige keeren naar beneden geweest en op ’t het punt de kelder in te gaan, maar het is niet nodig geweest.
Wy zijn gezint met u ook derwaarts aan te keeren.
Wy zullen met malkaêr naar Brussel weder keeren.
Zij is gehouden haar kinderen buiten opvoeding en onderhoud nog 20 guldens uit te keeren.
Wy Steden seer ghetrou Houdent met tgroene Pluymken 74. 75 Graef Maurits van Nassou, Fluyt ghy vry op u duymken Wy sullen u wel leeren Teghens u Prins opstaen, Wilt noch in tijts weer-keeren 80 En versaeckt d'Arminiaen.
Ghy Swanen met u langhen hals Met u sneeu-witte veren, Die niet zijt diefachtich noch vals: Maer gaet u vroom gheneren 215 Met d'Ed'le Kraen dat 215. wack're Dier, Vreest Wolfaert, Vos noch Arent hier, Gods Leeuw sal hem wel keeren.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl