Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Kleintje.

Kleintje

Kleintje | Kleintjes | Kleint

Kleintje betekenis

persoon van klein formaat, kind, peuter | voorwerp van klein formaat | kleine bedragen, klein geld

Synoniemen van Kleintje

Voorbeeldzinnen (20)

Kleintje Berenloop met recordaantal deelnemersOp zaterdagochtend 7 november vond bij Hotel Boschrijck de derde editie van Kleintje Berenloop plaats: een hardloopwedstrijd van 5 of 10 kilometer door de bossen en duinen bij West-Terschelling.

Dan eet vader ook dit kleintje op.’s Avonds laat zie ik hoe een kleintje zijn kopje tussen de vleugel van de ouder door steekt, alsof het naar de maan wil kijken.

Kan de redaktie van Kleintje Muurkrant hierover enige duidelijkheid verschaffen in het volgend nummer?", zo luidt de brief die we op het Kleintje kregen.

Kleintje slaat slaat haar vleugels uitZoals alle gesocialiseerde ex-zwervertjes is Kleintje wellicht eerst een beetje eenkennig bij een nieuw baasje, maar als zij gewend is komt ze luid spinnend op je af om op je schoot te liggen.

Lees je pas sinds kort het Kleintje dan kun je alle Antroposofie-artikelen in kopie ontvangen wanneer je vijf gulden overmaakt op giro 5349231 tnv Kleintje Muurkrant, DenBosch ovv 'antroposofie'.

Hij werd boos op me omdat ik hem kleintje noemde.

De grote vis eet het kleintje.

Let op uw kleintje!

Let op jullie kleintje!

Let op je kleintje!

Ze is niet geneukt door een leger, maar door dit kleintje.

Ik denk dat ze een ongeluk hebben gehad, en geen kleintje ook.

Luister eens, kleintje, ik en mijn vriend zijn in een goede bui vandaag, dus ik laat het bij een waarschuwing.

Hoe gaat het met je, kleintje?

Laat maar zien wat je kan, kleintje.

Moet je dat kleintje zien.

Waarom ben je zo boos, kleintje?

Waar ga je heen, kleintje?

Jij, kleintje, deed het goed daarbuiten.

Als babyshampoo zo lief is voor de haartjes van je kleintje, genieten jouw lokken dan eigenlijk ook van een wasbeurt met het product?