Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kleintjes.

Kleintjes

Kleintjes | Kleintje

Voorbeeldzinnen (20)

Kleintjes werd in 1867 in Tokio geboren als zoon van de toenmalige Nederlandse kanselier in Japan Leonardus Theodorus Kleintjes en Oroku Koyama.

En bij BMW, Audi en Mercedes zien de kleintjes er tamelijk veel uit als … eh … kleintjes, maar deze S60 ziet er gewoon zeer volwassen uit.

Springkussenfestival trekker voor de kleintjes Hardenberg - Zaterdag werd Hardenberg omgetoverd tot een festivalterrein voor de kleintjes.

Weeskittens intussen 9 kleintjes Ze blijven binnenkomen de kleintjes.

Vroeger vroegen de kleintjes me een schaap voor ze te tekenen, nu willen ze dat ik ze leer hoe je een commit doet. Tijden veranderen.

Vele kleintjes maken een groot.

Vele kleintjes maken een grote.

De grote vissen eten de kleintjes.

Grote vissen eten de kleintjes.

Kleintjes kan je pakken, maar de groten laat je gaan.

Ik droomde dat mijn kleintjes terug waren gekomen.

Het is geweldig om de kleintjes zien op te groeien.

Twee kleintjes en een grote, zei ie.

AH let niet op de kleintjes bij de leverancier!

Allemaal keurige mannen met kleintjes en een vrouw thuis die ze op zaterdag meesleept naar de Intratuin.

Als je op de kleintjes let, dan zijn er wel een paar trucs volgens Ritchie van der Heijden.

Anderlecht blijft dus vlot meedraaien in het klassement en pakt tegen de kleine ploegen dus 28 op 30. Ze verloren nog niet tegen de kleintjes.

Belangrijk tegen de kleintjes, maar figurant in de topmatchen.

De Alto en Cuore waren briljante kleintjes, maar de niet eens zo heel grote Valéra (ja, die heeft bestaan) en de Suzuki Kizashi waren geen hardlopers.

De grootgrutter die wel om de kleintjes dacht.