Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Kootjes.

Kootjes

Kootjes | Kootje

Voorbeeldzinnen (20)

Bij de tweede en derde vinger zijn de voorlaatste kootjes langer dan de eerste kootjes.

De vijfde teen bestaat nog uit twee kootjes waarvan de bovenste recht is en de onderste licht gebogen; deze kootjes droegen wellicht nog een cruropatagium, een vlies tussen de voeten.

Andere specialisaties bij deze groep voor een beter zwemvermogen omvatten: stijvere gewrichten; een toeneming van het aantal kootjes in de hand en voet; een inelkaargrijpen van de kootjes; en een verkorting van de staart.

Bij de rechtervoet is de tweede teen bewaard gebleven maar het derde kootjes is niet duidelijk een klauw doch een smal stompje.

Bij Ophthalmosaurus is er in plaats van hyperfalangie in de tenen sprake van een verminderd aantal kootjes ten opzichte van landdieren maar dat is een uitzondering.

Bij sommige soorten zijn wel achttien kootjes in één rij aanwezig.

Dat de derde vinger drie kootjes heeft is uniek in de Theropoda: ander soorten hebben er of vier, de oorspronkelijke toestand, of twee of minder.

De botten omvatten een ravenbeksbeen, vijf staartwervels, chevrons, een linkeropperarmbeen, een rechterzitbeen, kootjes en klauwen.

De derde vinger heeft drie kootjes in plaats van vier.

De derde vinger is sterk gereduceerd en heeft maar twee kootjes waarvan het uiterste een minuscule klauw is.

De derde vinger telt slechts twee kootjes.

De eerste kootjes daarvan hebben nog functionele onderste gewrichten zodat de vingers niet daartoe gereduceerd waren.

De kootjes van de eerste drie vingers zijn dun maar met een brede basis.

De kootjes van de vierde teen hebben ondiepe kapselgroeven op de voorzijde van de schacht begrensd door afgeronde richels.

De kootjes van de vierde teen lijken hier in bouw op maar bij deze is juiste de binnenzijde zwaarder ontwikkeld.

De ontbrekende eerste en tweede kootjes van de derde vinger hebben tezamen een geschatte lengte van één centimeter.

De proporties van de kootjes worden gedeeld met Germanodactylus.

De teenklauwen zijn smaller en kleiner dan de handklauwen; bij de eerste en tweede teen zijn de kootjes net boven de klauw sterk gekromd.

De twee kootjes van de eerste vinger zijn eenentwintig en veertien millimeter lang.

De twee kootjes van de tweede vinger hebben ongeveer twee derden van de lengte van het kootje van de eerste vinger.