Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Lachte.

Lachte

Voorbeeldzinnen (20)

Ik lachte en Tom lachte met me mee.

Je lachte iemand uit omdat ie voor Eddie Irvine was en hij lachte jou uit omdat die Verstappen een ongeleid projectiel was.

Want als hij lachte, was hij op zijn gevaarlijkst', zegt Wise aan de Als Josef Mengele lachte, betekende dat gevaar.

Als ik naar hem lachte, lachte hij terug".

Het jonge meisje lachte zorgeloos.

Ik lachte met zijn mop.

Ik lachte om zijn mop.

"Het is prima," lachte Dima. "Ik ben per slot van rekening nog in de groei. Ik groei er wel in."

Hij lachte een vrolijke lach.

Ik lachte zoveel tot ik buikpijn kreeg.

Hij vroeg me waarom ik lachte.

Iedereen lachte hem uit.

Tot mijn grote verbazing fixeerde ze haar ogen op mij en lachte ze.

Iedereen lachte om zijn fout.

Kim lachte lief.

Ze lachte zo hard dat ze ervan huilde.

Hij lachte tot zijn ogen ervan traanden.

Tom lachte van ganser harte.

Ze vertelde hem een mop, maar hij lachte niet.

Tom was de enige die lachte.