Willekeurig woord

Vraag je je af hoe je Leengoed in een zin gebruikt? Hieronder staan 10+ voorbeeldzinnen uit authentieke Nederlandse teksten. Inclusief de betekenis .

Zeldzaam woord

Leengoed in een zin

Leengoed | Leengoederen

Leengoed betekenis

  1. zaken die men te leen heeft en die men dus goed moet beheren en bewaren voor het nageslacht
  2. in een feodaal stelsel een gebied dat door een heerser te leen wordt gegeven aan een vazal

Gebruik van Leengoed

  • De belangrijkste betekenis op deze pagina is: zaken die men te leen heeft en die men dus goed moet beheren en bewaren voor het nageslacht | in een feodaal stelsel een gebied dat door een heerser te leen wordt gegeven aan een vazal
  • In het voorbeeldencorpus komt leengoed vaak voor in combinaties zoals: leengoed van, een leengoed, het leengoed.

Context rond Leengoed

  • Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 18.7 woorden
  • Plaats in de zin: 9 begin, 6 midden, 5 einde
  • Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen

Corpusanalyse van Leengoed

  • In deze selectie staat "leengoed" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 18.7 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
  • Direct rond het woord vallen vooral rechtstreeks, koninklijk, gelders, verwerft, mulken en gediend op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "leengoed".
  • Herkenbare gebruikssignalen zijn a een leengoed van de en als koninklijk leengoed onder de. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
  • Qua corpusfrequentie ligt "leengoed" dicht bij woorden als aangevat, aanvoelde en abdallah, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.

Voorbeeldtypes met leengoed

Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:

Dit leengoed werd omstreeks 1364 verdeeld. (6 woorden)

Elsbroek was oorspronkelijk een leengoed van de Heer van Boxtel. (10 woorden)

In 1609 kochten de Wilhelmieten ook het naastgelegen leengoed Coll. (10 woorden)

Later was onduidelijk of dit goed een rechtstreeks leengoed was van de hertog, of – net als deel A – een leengoed van de Poederveldse Hoeve en dus een achterleen van de hertog. (31 woorden)

In oude cijnsboeken van de Raad- en Leenhof te Brussel werd al melding gemaakt van "De hoeve van Gorop" groot 111 bunders en als leengoed uitgegeven door de hertogen van Brabant. (31 woorden)

Leo van Leengoed (65) Oud Gastel Officier in de Orde van Oranje-Nassau De hoogste onderscheiding in deze regio viel ten deel aan Gastelaar Leo van Leengoed. (27 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Leo van Leengoed (65) Oud Gastel Officier in de Orde van Oranje-Nassau De hoogste onderscheiding in deze regio viel ten deel aan Gastelaar Leo van Leengoed.

Later was onduidelijk of dit goed een rechtstreeks leengoed was van de hertog, of – net als deel A – een leengoed van de Poederveldse Hoeve en dus een achterleen van de hertog.

Dat is de tijd waarin je marge opbouwt”, zegt Van Leengoed.

Bij een leengoed verwerft men slechts het vruchtgebruik over het betrokken goed en blijft, in hedendaags Nederlands, het naakte eigendom steeds bij de leenheer.

Bretagne kwam toen als koninklijk leengoed onder de rechtstreekse controle van de Franse Kroon.

Dit herenhuis is gebouwd in 1761 op de plaats van het leengoed De Strijdhoeven, waar zich vier en later twee versterkte hoeven bevonden.

Dit leengoed werd omstreeks 1364 verdeeld.

Een aantal (pleeg)zoons van Andriantsimi toviamini andriana kregen het beheer over een leengoed van het koninkrijk.

Advertentie

Een leengoed is overigens niet (altijd) ontheven van de omringende jurisdictie.

Elsbroek was oorspronkelijk een leengoed van de Heer van Boxtel.

En boerderij ‘t Brake was in de late middeleeuwen een Gelders leengoed met versterkt huis.

Hendrik vond dat Maine een leengoed van Normandië was maar Fulco huldigde Lodewijk als zijn leenheer voor Maine.

Het leengoed Mulken hing af van de Luikse kerk en werd reeds in de 12e eeuw bewoond door de ridders van Mulken.

Het leengoed was weer verdeeld in de Grote Strijdhoeve, bestaande uit des Heerdenshoeve en des Riddershoeve; en de Kleine Strijdhoeve', bestaande uit de Scerpenbroecshoeve en de Loyaertshoeve.

Het leengoed zou nadien nooit meer verkocht worden en zou nu, van generatie op generatie, overgaan door overerving.

Het slot heeft als leengoed gediend aan vele families, waaronder de families Heustadel, Katzböck, Planta, Eyrl Rottenpuecher en Wittenbach.

In 1289 was het een leengoed in het bezit van Benesch / Beneš van Branitz en Lobenstein, een telg uit de adellijke familie Beneschau.

In 1609 kochten de Wilhelmieten ook het naastgelegen leengoed Coll.

In oude cijnsboeken van de Raad- en Leenhof te Brussel werd al melding gemaakt van "De hoeve van Gorop" groot 111 bunders en als leengoed uitgegeven door de hertogen van Brabant.

Johann von Benssenraide beleend met het oorspronkelijke leengoed met motteburcht of kasteelhoeve Den Struyver zu Geisbach.

Advertentie

Veelvoorkomende combinaties met leengoed

Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je "leengoed" in een zin?
Een voorbeeld: "Leo van Leengoed (65) Oud Gastel Officier in de Orde van Oranje-Nassau De hoogste onderscheiding in deze regio viel ten deel aan Gastelaar Leo van Leengoed." Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met het woord "leengoed" uit authentieke Nederlandse teksten.
Wat betekent "leengoed"?
Leengoed betekent: zaken die men te leen heeft en die men dus goed moet beheren en bewaren voor het nageslacht
Hoeveel voorbeeldzinnen met "leengoed" zijn er?
Op Voorbeeldzinnen.info staan minstens 10+ voorbeeldzinnen met "leengoed", uit een database van meer dan 16 miljoen Nederlandse zinnen.