Lieg is een Nederlands woord beginnend met de letter L. Met 10+ voorbeeldzinnen zie je meteen hoe het woord in zinnen werkt.
Lieg in een zin
Gerelateerde woorden
Gebruik van Lieg
- In het voorbeeldencorpus komt lieg vaak voor in combinaties zoals: ik lieg, lieg je, lieg niet.
Context rond Lieg
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 6.3 woorden
- Plaats in de zin: 13 begin, 5 midden, 2 einde
- Zinsoorten: 19 stellend, 0 vragen, 1 uitroepen
Corpusanalyse van Lieg
- In deze selectie staat "lieg" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 6.3 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral zoveel, jezelf en constant op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "lieg".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn lieg lieg lieg en lieg niet tegen. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "lieg" dicht bij woorden als aanbellen, afdalingen en afgedankt, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met lieg
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Lieg niet tegen mij. (4 woorden)
Lieg jezelf niets voor! (4 woorden)
Lieg niet. Wees eerlijk. (4 woorden)
Lieg, lieg lieg en als ze er achter komen lieg je nog een beetje meer. (15 woorden)
Hij boog zich over haar en zei, "Nee, ik lieg niet." (11 woorden)
Lieg, lieg, lieg verder. Uiteindelijk zal men je geloven. (9 woorden)
Lieg jezelf niets voor! (4 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Lieg, lieg lieg en als ze er achter komen lieg je nog een beetje meer.
Lieg, lieg, lieg verder. Uiteindelijk zal men je geloven.
Als ik lieg, lieg ik niet, en omgekeerd.
Lieg zoveel ge wilt, maar onthou wat ge zegt.
Lieg niet tegen mij.
Lieg nooit meer tegen mij.
Lieg jezelf niets voor!
Hij boog zich over haar en zei, "Nee, ik lieg niet."
Lieg niet. Wees eerlijk.
Lieg niet. Zeg de waarheid.
En lieg vooral niet.
Vraag mij niet, dan lieg ik niet.
De waarheid is dat ik lieg.
Lieg niet over je leeftijd.
Lieg niet tegen hem.
Lieg nooit meer tegen ons.
Ik lieg constant tegen hen.
Ik lieg altijd tegen hen.
Tegen hen lieg ik altijd.
Tegen hen lieg ik constant.
Veelvoorkomende combinaties met lieg
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- ik lieg 54×
- lieg je 37×
- lieg niet 29×
- lieg ik 19×
- lieg lieg 10×
- dat lieg 10×
- en lieg 9×
- dan lieg 8×
- lieg nooit 7×
- lieg de 6×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "lieg" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "lieg" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl