Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Mankeer.
Voorbeeldzinnen (20)
Ik wil niet vervelend doen maar als je in NL echt arm bent doe je wat verkeerd of mankeer je wat.
Nou makkers, staakt uw wild geraas, ik mankeer niks dus valt er ook niks te verbinden.
Mankeer je niets, dan dien je ook niet vanuit yologedrag in die voorzieningen te belanden.
Ik ben relatief jong, mankeer niks en hoef nog steeds geen prik.
Ja hoor, ik zal me laten vaccineren ondanks dat ik niets mankeer.
Mankeer zelf ook teveel.
Met een druiper lopen ze ook gewoon door want als je het niet laat testen mankeer je ook niets.
En nee, geen funshopper maar ik mankeer niets en laat me niet bangmaken.
Johny zat 50 jaar bij dezelfde baas: ‘Mankeer je niets?
Als je in Zwarte Piet een Sjimmie karikatuur ziet, mankeer je iets aan je ogen, heb je ze niet allemaal op een rijtje of heb je een ik-ben-neger-en-wordt-dus-gediscrimineerd-complex.
Dan mankeer je toch per definitie iets aan je kersepit nietwaar?
Mankeer je iets aan je handjes?
Mankeer je wat of zo?
Alleen als je een gipspoot hebt, mankeer je iets.
Het enige wat ik echt mankeer, is dat ik bijna niet meer hoor.
Mensen begrijpen niet wat ik mankeer, een paar goede vriendinnen en familieleden uitgezonderd.
Om een lang verhaal kort te maken, ik heb het op het nippertje overleefd en de artsen vonden het een wonder dat ik niet in een rolstoel terecht ben gekomen en voor de rest weinig mankeer.
Ik mankeer nu enkel nog een foto.
Ik mankeer niks gelukkig.
Nu weet ik tenminste wat ik mankeer.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl