Willekeurig woord

Vraag je je af hoe je Monoclonius in een zin gebruikt? Hieronder staan 10+ voorbeeldzinnen uit authentieke Nederlandse teksten. .

Zeldzaam woord

Monoclonius in een zin

Gebruik van Monoclonius

  • In het voorbeeldencorpus komt monoclonius vaak voor in combinaties zoals: van monoclonius, monoclonius crassus, en monoclonius.

Context rond Monoclonius

  • Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 25.1 woorden
  • Plaats in de zin: 2 begin, 9 midden, 4 einde
  • Zinsoorten: 15 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen

Corpusanalyse van Monoclonius

  • In deze selectie staat "monoclonius" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 25.1 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
  • Direct rond het woord vallen vooral typesoort, hay, gebaseerde, crassus, centrosaurus en nasicornus op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "monoclonius".
  • Herkenbare gebruikssignalen zijn centrosaurus en monoclonius als steeds en als aan monoclonius nasicornus. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
  • Qua corpusfrequentie ligt "monoclonius" dicht bij woorden als aaan, aalen en aanbiedende, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.

Voorbeeldtypes met monoclonius

Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:

Een lastig geval vormt Monoclonius dawsoni waaraan het holotype van Centrosaurus oorspronkelijk toegewezen was. (14 woorden)

De meeste onderzoekers volgden deze redenering met als consequentie dat de centrosaurussoorten bij Monoclonius werden ondergebracht. (16 woorden)

Gezien deze problemen blijven sommigen van een Monoclonius nasicornus spreken, de benoeming van een eigen geslacht afwachtend. (17 woorden)

Brown had in 1914 de identiteit van Centrosaurus apertus en Monoclonius crassus verdedigd door te stellen dat de verschillen het gevolg waren van de ouderdom van het individu van het lectotype of de erosie van diens nekschild. (37 woorden)

De tweede mogelijkheid was dat de, immers op zeer mager materiaal gebaseerde, Monoclonius crassus slechts een nomen dubium was, een aanduiding voor alleen het lectotype daar dit niet bewijsbaar met andere fossielen in verband kon worden gebracht. (37 woorden)

De geslachtsnaam betekent "bijna Ceratops", vanuit het Oudgrieks ἄγχι, anchi, "nabij", een verwijzing naar het feit dat volgens Brown het geslacht wat betreft de evolutie van het nekschild tussen Monoclonius en Triceratops in stond. (34 woorden)

Voorbeeldzinnen (15)

NMC 8790, het holotype van Monoclonius lowei Tegen het eind van de twintigste eeuw werd in het oplevende onderzoek naar de centrosaurinen de relatie tussen Centrosaurus en Monoclonius als steeds problematischer ervaren.

Richard Swann Lull koos in 1933 voor die optie wat tot een Monoclonius (Centrosaurus) apertus en een Monoclonius (Centrosaurus) cutleri leidde.

Behalve de typesoort Monoclonius crassus worden ook de overige monocloniussoorten tegenwoordig als nomina dubia dan wel nomina nuda, jongere synoniemen of eigen geslachten beschouwd.

De meeste onderzoekers volgden deze redenering met als consequentie dat de centrosaurussoorten bij Monoclonius werden ondergebracht.

Gezien deze problemen blijven sommigen van een Monoclonius nasicornus spreken, de benoeming van een eigen geslacht afwachtend.

Ook in 1930 hernoemde Oliver Perry Hay Monoclonius sphenocerus Cope 1890 tot een vierde soort: Styracosaurus sphenocerus.

Tegen het eind van de twintigste eeuw werd in het oplevende onderzoek naar de centrosaurinen de relatie tussen Centrosaurus en Monoclonius als steeds problematischer ervaren.

Brown had in 1914 de identiteit van Centrosaurus apertus en Monoclonius crassus verdedigd door te stellen dat de verschillen het gevolg waren van de ouderdom van het individu van het lectotype of de erosie van diens nekschild.

Advertentie

De geslachtsnaam betekent "bijna Ceratops", vanuit het Oudgrieks ἄγχι, anchi, "nabij", een verwijzing naar het feit dat volgens Brown het geslacht wat betreft de evolutie van het nekschild tussen Monoclonius en Triceratops in stond.

De tweede mogelijkheid was dat de, immers op zeer mager materiaal gebaseerde, Monoclonius crassus slechts een nomen dubium was, een aanduiding voor alleen het lectotype daar dit niet bewijsbaar met andere fossielen in verband kon worden gebracht.

Dat betekent dat niet goed kan worden vastgesteld bij welke soort zo'n oud exemplaar precies hoort; in casu kan M. crassus identiek zijn aan zowel Centrosaurus apertus als aan Monoclonius nasicornus.

Een lastig geval vormt Monoclonius dawsoni waaraan het holotype van Centrosaurus oorspronkelijk toegewezen was.

Het opgestelde exemplaar in het Smithsonian Latere onderzoekers meenden eerst vaak dat Brachyceratops het jong was van Monoclonius en later dat van Styracosaurus ovatus, een soort uit dezelfde formatie.

In 2000 hernoemde George Olshevsky Monoclonius recurvicornis in een Chasmosaurus recurvicornis omdat hij meende dat het om een chasmosaurine ging.

Twintig jaar lang werd dit aangezien voor een exemplaar van Monoclonius maar toen het eindelijk geprepareerd werd, bleek die identificatie onjuist.

Advertentie

Veelvoorkomende combinaties met monoclonius

Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je "monoclonius" in een zin?
Een voorbeeld: "NMC 8790, het holotype van Monoclonius lowei Tegen het eind van de twintigste eeuw werd in het oplevende onderzoek naar de centrosaurinen de relatie tussen Centrosaurus en Monoclonius als steeds problematischer ervaren." Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met het woord "monoclonius" uit authentieke Nederlandse teksten.
Hoeveel voorbeeldzinnen met "monoclonius" zijn er?
Op Voorbeeldzinnen.info staan minstens 10+ voorbeeldzinnen met "monoclonius", uit een database van meer dan 16 miljoen Nederlandse zinnen.