Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Naamwoordelijk.

Naamwoordelijk

Naamwoordelijk | Naamwoord | Naamwoorden | Naamwoordelijke

Naamwoordelijk betekenis

betreffende het deel van het gezegde dat bestaat uit een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord

Voorbeeldzinnen (10)

Naamwoordelijk gezegde Een naamwoordelijk gezegde is een gezegde bestaat uit een werkwoordelijk deel en een naamwoordelijk deel.

Misschien is u ook nog verteld dat een naamwoordelijk gezegde altijd een toestand aangeeft, en een werkwoordelijk gezegde een handeling.

Het blijkt immers dat de "incorrecte" plaatsing van een naamwoordelijk deel onder de V zich ook in andere gevallen voordoet.

Het naamwoordelijk deel, dus wat het onderwerp is, is 'brandweerman'.

Het woord was, hulpwerkwoord in een werkwoordelijk gezegde, is ten onrechte samengetrokken in de tweede zin, waar het een koppelwerkwoord is in een naamwoordelijk gezegde.

Het werkwoordelijke deel is een van de koppelwerkwoorden ; het naamwoordelijk deel zal vaak een bijvoeglijk- of zelfstandig-naamwoordsgroep zijn, maar het kan ook bestaan uit een woord met voorzetselvorm.

In naamwoordelijk zinsdelen kon de genitieve bijvoeglijke bepaling zowel vóór als achter het zelfstandig naamwoord staan waar het naar verwijst.

Naast deze drie delen kan de zin ook een meewerkend voorwerp (dat aangeeft ten gunste van wie de actie wordt uitgevoerd), een bijwoordelijke bepaling of een naamwoordelijk deel bevatten.

Deze zin heeft dus geen naamwoordelijk gezegde en wordt is in dit geval geen koppelwerkwoord, maar een hulpwerkwoord.

Nominale zinnen hebben doorgaans een andere volgorde: onderwerp(-koppelwerkwoord)-naamwoordelijk deel.