Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ontspan.

Voorbeeldzinnen (20)

Luister naar deze muziek en ontspan je.

Ontspan gewoon en geniet ervan.

Ontspan je a.u.b.

Ga zitten, ontspan je en geniet van de rit.

Je werkt te veel. Ontspan eventjes.

Ontspan, je doet het prima.

Ontspan je hele lichaam.

Ga zitten en ontspan je.

Ontspan je gewoon.

„Och, schat,” zei ze, „ga zitten, ontspan je en sluit je ogen.”

Blijf zitten, ontspan je, ik ben zo terug.

Ga naar binnen en ontspan je.

Ontspan, we zijn op vakantie.

Ontspan, man, je gaat overgeven als jij je zo gedraagt.

Het komt goed, ontspan je.

Borstel het zand uit je crack en ontspan.

Adem uit en ontspan je borst.

Ik bewonder de prachtige kliffen, afgelegen baaien en ongerepte stranden terwijl ik ontspan op het dek met een hapje en een drankje en geniet van de verfrissende zeewind.

Ontspan je benen, dijen en kuiten.

Ik had het voor mezelf een keer opgeschreven: (leest voor) ‘In de roes verleg je grenzen, treed je buiten jezelf en vind je jezelf, ontspan je, verdoof je, verruim je, verrijk je.