Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Opperarmbeen.

Opperarmbeen

Opperarmbeen | Opperarmbeenderen

Opperarmbeen betekenis

bot in de bovenarm

Voorbeeldzinnen (20)

Dit wordt bevestigd door een robuust opperarmbeen, en een ellepijp die sterk gebogen is en langer dan het opperarmbeen, het laatste een kenmerk dat buiten de vogels nooit eerder in de Theropoda werd aangetroffen.

In 1998 waren veel botten voorzien van een vraagteken en niet ten onrechte: hij zag bij voorbeeld het opperarmbeen voor een dijbeen aan en een scheenbeen voor een opperarmbeen.

Het opperarmbeen van Paralititan was 1,69 meter lang en daarmee het grootste opperarmbeen van alle tot nu toe opgegraven sauriƫrs uit het Krijt.

Ter vergelijking; het opperarmbeen van een gemiddelde volwassen hedendaagse leeuw is ongeveer 33 centimeter lang.

Als dat niet het geval zou zijn, is ook de grotere omvang van Paralititan onderscheidend ten opzichte van Aegyptosaurus wiens opperarmbeen slechts 59% van de lengte van diens humerus heeft.

Bij Ambopteryx is dit stiftvormig element korter dan het opperarmbeen, anders dan bij Yi.

Bij basale therapsiden werd de schouder een zadelgewricht en de kop van het opperarmbeen werd cilindervormig zodat het in dat gewricht een rolbeweging kon uitvoeren.

Bij de ledematen is er een ronde gekielde osteoderm halverwege het opperarmbeen aangetroffen en een lage ronde osteoderm op de zijkant van de elleboog, bij de ellepijp.

Bij de meeste exemplaren is wegens het inklappen van de vleugel of de onvolledigheid van het fossiel niet goed zichtbaar wat de situatie is bij de bovenarm; de "Thermopolis" toont aan althans de onderste 40% van het opperarmbeen slagpennen.

Bij het bovenste uiteinde van het opperarmbeen is de binnenhoek veel beter ontwikkeld dan de buitenhoek.

Bij het opperarmbeen bevindt zich de top van de deltopectorale kam op 37% van de schachtlengte van de bovenkant gemeten.

Bij het opperarmbeen eindigt de deltopectorale kam onderaan in een scherpe hoek.

Bij het opperarmbeen heeft de crista bicipitalis geen groeve in de vorm van een putje.

Bij het opperarmbeen is de bovenrand tamelijk recht maar aan het binnenste uiteinde gekromd.

Bij het opperarmbeen is de deltopectorale kam goed ontwikkeld en naar binnen gekromd.

Bij het opperarmbeen is de deltopectorale kam groter en sterker ontwikkeld, bijna de helft van de schachtlengte beslaand.

Bij het opperarmbeen is de deltopectorale kam iets om de schacht gewrongen.

Bij het opperarmbeen is de deltopectorale kam relatief kort met een derde van de lengte van de schacht.

Bij het opperarmbeen is de deltopectotale kam groot en niet doorboord.

Bij het opperarmbeen is het midden van de schacht smal met 36% van de breedte van de bovenkant van het bot.