Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Oudvader.

Oudvader

Voorbeeldzinnen (7)

Mijn oudvader heeft onze onderneming in 1899 opgericht.

Tom was mijn oudvader.

Vanaf dat moment werd de kluizenaar van Frauenbründl, die als overste van deze congregatie fungeerde oudvader genoemd.

Door de oudvader Joannes de Kleine werd zij met God verzoend en ging over naar de stormloze haven van het eeuwige leven.

Tot een broeder die klaagde over zijn vele dwalende gedachten zei hij: “Spreid uw habijt uit en houd de wind vast” en op het woord van de ander dat zoiets toch onmogelijk is, sprak de oudvader: “Evenmin kunt ge de gedachten beletten te komen.

John Warburton was een Britse Strict Baptist predikant en zogenaamde oudvader uit de 18e en 19e eeuw.

Zijn oudvader Charles-Honoré Pecsteen was burgemeester van Maldegem van 1815 tot 1819.