Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Pist.

Pist

Voorbeeldzinnen (20)

Als ge op de wc-bril pist, wis het af!

De hond pist tegen een boom.

Mevrouw, die hond pist over me heen.

Jim, pist niet wanneer je hem aanstaart.

En let op wie er voor je pist, evenals achter je.

Zolang je niet poept, pist of kotst in mijn bus, vind ik alles prima.

Dat je uit een ander gat pist als je buurman valt daar niet onder.

De prangende vraag "wie pist er dan in jullie portieken" werd helaas niet gesteld.

Dus het moet zijn, je pist in je slip van het lachen om.

Een echte feminist zit als hij pist.

Een foto van Halsema op de plee plakken en zien wie er het eerst doorheen pist.

Europa pist al in de broek als ze brandje in Servie moeten blussen.

Flatbewoner Douwe: “We zaten op de galerij lekker te buurten met de buren, komt er opeens zo’n gast aangelopen en die gooit z’n gulp open, hangt ‘m eruit en pist in de bosjes.

Gewoon niks aan doen en de centen die Nederland daar weg pist kunnen ze beter in Nederland gebruiken, bijvoorbeeld voor zorg.

Het levert je géén bekendheid op, je bent een marionet van RTL, een deel van Nederland lacht je uit, een ander deel van Nederland trekt zich op je af, als je thuis bent spring je voor de Intercity van 11.55 uur naar Schagen en RTL pist over je lijk.

Moet van mijn hond vragen wat er kan gebeuren als hij er tegen aan pist.

Ook dat is een boel geld, bijna het dubbele van normaal, ben ik helemaal eens, maar JA21 pist hier behoorlijk naast de pot.

Wim zijn brandspuit is wat flubberig door alle pilsjes die hij er doorheen pist.

Als je op straat in je broek pist, pis je ook in het openbaar, lijkt me zo.

De overheid weet wel wanneer iedere burger welke kleur pist, maar dit is dan weer te moeilijk ofzo (te makkelijk voor de burger ja).