Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ravenbeksbeen.

Ravenbeksbeen

Ravenbeksbeen | Ravenbeksbeenderen

Voorbeeldzinnen (20)

Door het hoge ravenbeksbeen is het scapulocoracoïde waarin schouderblad en ravenbeksbeen vergroeid zijn L-vormig waarbij het schouderblad evenwijdig loopt met de ruggengraat, als bij vogels.

Het ravenbeksbeen mist het foramen maar dat kan een rijpingskenmerk zijn; Turner stelde in 2012 dat dit het gevolg was van een beschadiging; ook zou het ravenbeksbeen niet ingesnoerd zijn zoals Burnham meende.

Aan het uiteinde daarvan ligt een min of meer rechthoekig ravenbeksbeen.

Andere specimina zijn ZPAL MgD-I/2Sc, een ravenbeksbeen van een jong dier, en MPD 100/406, een staart.

Bewaard zijn gebleven: vier voorste ruggenwervels, een achterste ruggenwervel, een wervelboog, een gedeeltelijk schouderblad, een ravenbeksbeen en een voorpoot.

Bij oudere exemplaren zijn ravenbeksbeen en schouderblad vergroeid.

Bij sommige exemplaren zijn het schouderblad en het ravenbeksbeen volledig samengegroeid.

Bij sommige grote exemplaren is het uiteinde minder verbreed en is de overgang naar het ravenbeksbeen meer geleidelijk.

Dat wijkt sterk af van de vorm bij Aziatische alvarezsauriden waarbij het ravenbeksbeen een vlakke en vrij dunne plaat vormt.

De beenplaat is het dikst bij het schoudergewricht waarvan het ravenbeksbeen de onderkant vormt.

De bijdrage van het ravenbeksbeen aan het schoudergewricht is overdwars smal.

De botten omvatten een ravenbeksbeen, vijf staartwervels, chevrons, een linkeropperarmbeen, een rechterzitbeen, kootjes en klauwen.

De fenestra supracoracoidea is groot, 15% van de oppervlakte van het ravenbeksbeen beslaand.

De onderste helft van de buitenrand van het hoofdlichaam van het ravenbeksbeen is sterk bol.

De positie in de Tapejaromorpha is gebaseerd op twee kenmerken: een kiel op de onderzijde van de onderkaken en een bult aan de onderste achterrand van het ravenbeksbeen.

De processus acromialis steekt opvallend uit op het hoofdblad dat een lang raakvlak heeft met het ravenbeksbeen en het leeuwendeel vormt van het schoudergewricht dat naar achteren en beneden gericht is.

De vergroeiing van het schouderblad en het ravenbeksbeen was nog niet voltooid zodat het holotype een nog niet helemaal volwassen exemplaar moet zijn geweest.

Deze positie van het ravenbeksbeen zorgt voor een hogere en meer horizontale plaatsing van het schouderblad en richt het schoudergewricht meer naar boven toe, een aanpassing aan het gebruik van de armen als vleugels.

Dit wordt vermoed een voortzetting te zijn van het foramen coracoideum van het ravenbeksbeen.

Een andere studie uit 2020 meldde de aanwezigheid van secundair kraakbeen op het vorkbeen, bij de articulatie met het ravenbeksbeen.