Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Reken.

Reken

Synoniemen van Reken

Voorbeeldzinnen (20)

Ja, reken er op dat ze het gaan lezen en dat ze er zich geen zak van gaan aantrekken, reken daar ook maar op.

Reken maar dat Rutte die keutel over een harder immigratiebeleid weer heel snel intrekt als D66 daar om vraagt, en reken maar dat D66 daar om gaat vragen.

Reken er maar op dat die al zo goed al uitverkocht is bij aanvang verkoop, en reken er maar op dat er genoeg Vietnamezen zijn die hier graag in rond gereden worden.

Ik reken nog steeds om naar de gulden, ook is het zo bij internet aankopen naar de andere kant van de wereld reken ik ook om hoeveel het kost.

Reken maar dat er gevaarlijk volk rond loopt,en reken er maar op dat ze een hekel aan ons hebben.

Er zit een wereld van verschil tussen wat deze reken kernen kunnen, maar samengevat komt het er op neer dat bepaalde berekeningen zich erg lenen voor deze kleinere reken kernen op videokaarten.

Reken op een salaris van niet meer dan een ton, reken onder bonuskiller Bos niet op voor de korte- danwel lange termijn.

Ik reken voor een les € 45. Ik woon in Wapserveen, in zuidwest Drenthe, en tot 40 km reken ik geen reiskosten.

De uitgave van de albumversie in november liet Lennons onzekerheid over destructieve verandering zien, met de woorden "count me out" (reken niet op mij) anders opgenomen als "count me out, in" (reken niet, wel op mij).

De afdeling wiskunde is een expertisecentrum in het reken- en wiskundeonderwijs en heeft als doel het reken- en wiskundeonderwijs op alle niveaus te verbeteren, vooral in het basis-, voortgezet- en beroepsonderwijs.

Reken maar niet op zijn hulp.

Ik ben erg druk, dus reken niet op mij.

Reken maar uit.

Reken uit hoeveel geld we volgend jaar nodig hebben.

Ik reken niet op hen.

Reken er niet op!

Binnenkort reken je als reiziger achteraf je gemaakte kilometers af.

Ik reken op je aanwezigheid.

Ik heb het erg druk, reken dus niet op mij.

Ik reken op je.