Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Rijtuig.
Rijtuig
Gerelateerde woorden
Rijtuig betekenis
wagen die door een of meer paarden getrokken wordt | een van de wagens van trein of tram, treinwagon, tramwagon | in meer algemene zin elk tuig waarmee kan worden gereden
Synoniemen van Rijtuig
Voorbeeldzinnen (20)
De stuurcabine van dat rijtuig werd verpletterd, maar de rest van het rijtuig bleef intact.
De stuurcabine van het derde rijtuig werd ook verpletterd, maar de rest van het rijtuig bleef intact.
Eén ervan, rijtuig 399, werd in de museumtijd gebruikt als onderdelenleverancier voor de andere en op het onderframe werd vervolgens een stalen rijtuig nagebouwd.
Michael saboteert de airconditioning in de trein behalve de laatste rijtuig en dwingt alle overgebleven passagiers in de laatste rijtuig.
Het rijtuig sloeg om, De Ronde en zijn grooms, onder wie zijn echtgenote Marie, vlogen van het rijtuig af.
De eigenaar gaf het rijtuig, nadat van de voorwielen tafels waren gemaakt, aan zijn buurman die het rijtuig voorzag van luchtbanden.
Rijtuig AB 417 Het eerste klasse compartiment van dit rijtuig is geheel kaal geschrapt en daarna twee keer gevernist.
Het eerste werd, zoals vermeld, totaal vernield; het tweede rijtuig werd zijdelings geheel opengereten, het derde rijtuig zeer zwaar beschadigd.
De letter „ü“ staat voor de bij D-treinen („D“ voor Doorgang) gebruikelijke doorloopmogelijkheid van rijtuig naar rijtuig, die na het afschaffen van de rijtuigen met afdelingen in de wagonbreedte standaard werd voor Europese rijtuigen.
Deze treinstellen bieden voor het eerst bij de BZB de gelegenheid om net als bij een gewoon treinstel van rijtuig naar rijtuig te lopen.
Een ander rijtuig dat verbouwd is uit een I10-rijtuig is het Bar-Discorijtuig SR3.
Een GTW is "zwevend geleed": ieder rijtuig heeft aan één uiteinde een draaistel en hangt aan het andere uiteinde aan de aandrijfmodule of aan het volgende rijtuig.
Er is airconditioning in elk rijtuig die per rijtuig geregeld wordt.
Het koninklijk rijtuig SR 10 is een verbouwd rijtuig ICR-4.
Het nakomende rijtuig werd, net als een oplegger van een vrachtauto, aan dit rijtuig aangekoppeld, zodat men spreekt van een gelede trein.
De toegangsdeuren van het rijtuig bevinden zich op de vier hoeken van de rijtuigbak en bieden middels een draaideur toegang tot het rijtuig.
Het op kop lopende stuurstandrijtuig en het volgende rijtuig ontspoorden, het derde rijtuig kwam dwars op de baan te staan, terwijl de motorwagen op het tegenspoor kwam te liggen.
Het rijtuig bestaat soms geheel uit coupés met een gang ernaast (en twee balkons); ook zijn er in Nederland vaak twee van dergelijke coupés, met de rest van het rijtuig ingedeeld met een looppad tussen de banken/stoelen.
Ik heb mijn vier zwarte paarden en mijn rijtuig gestald.
Zoals ik zei, het rijtuig van de bisschop.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl