Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Rijtuigje.
Voorbeeldzinnen (6)
De klap komt altijd met het laatste rijtuigje.
Heer Bommel had van de boer zijn rijtuigje gekocht en ze rijden tevreden naar huis.
Dat verklaart tevens de constructie achter de koets; daar staat geloof ik een klein rijtuigje langs de straat.
Enerzijds is er een rijtuigje met paard, anderzijds alleen een paard.
Aan de andere kant stond het door Vader bestelde rijtuigje klaar, waarmee we soms sterk dalende door Audermatt naar G�schenen reden.
Na een etentje reed Miguel met zijn rijtuigje terug naar huis.
Rijmwoorden voor Rijtuigje
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl