Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ritje.
Voorbeeldzinnen (20)
Dus Rutte per direct weg, sleuteltjes en telefoon inleveren, spulletjes inpakken en laatste ritje naar huis. ritje naar huis.
De twee maken een ritje op de hommel van de prins, en worden verliefd op elkaar; tijdens dit ritje raken Mevrouw Pad en haar zoon in de ban van het zingen van Duimelijntje.
Buurtbewoners konden, nadat prominenten de eer kregen als eerste een ritje te maken, kennismaken met de nieuwe tramlijn 1. Een gids gaf tijdens het ritje uitleg over de werken en de haltes die de tram zal aandoen.
Een ritje naar de jordaan of naar entrepotdok (ruim 20 minuten lopen, of tram met over stappen à meer dan een half uur) geldt als een te kort ritje.
Een ritje in de bootjesmolen en een ritje in de draaimolen.
Laat me een ritje maken met je nieuwe Toyota.
Daar gaat je ritje.
Van tijd tot tijd maken we een ritje.
Als het weer het toelaat, gaan we een ritje maken.
Waarom maken we geen ritje met de auto?
De sneeuw is goed voor een ritje met de slee.
Tom wilde een ritje gaan maken.
Tom wou een ritje gaan maken.
Zullen we een ritje gaan maken?
Laten we een ritje maken.
En dan maken we ritje samen, ja?
Wil je een ritje maken?
Weet je, niets is zo mooi als een ritje in een cabrio.
Ik zal ons gezamenlijk ritje naar huis missen.
Hij zei, dat ik het beste was, dat hij ooit had, en dat het dat geld waard was voor... en dit zijn zijn woorden... nog een ritje in de wellustig draaimolen, dat mijn lichaam is.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl