Hoe gebruik je Samenwonend in een zin? Bekijk 10+ voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt, inclusief synoniemen als samenwonen of samenleven.
Samenwonend in een zin
Gerelateerde woorden
Synoniemen van Samenwonend
Gebruik van Samenwonend
- Vergelijkbare woorden zijn onder meer: samenwonen, samenleven.
- In het voorbeeldencorpus komt samenwonend vaak voor in combinaties zoals: samenwonend met, of samenwonend, samenwonend stel.
Context rond Samenwonend
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 19.9 woorden
- Plaats in de zin: 4 begin, 10 midden, 6 einde
- Zinsoorten: 18 stellend, 1 vragen, 1 uitroepen
Corpusanalyse van Samenwonend
- In deze selectie staat "samenwonend" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 19.9 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral procent, ongehuwd, tegenwoordig, getrouwd, koppel en stel op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "samenwonend".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn 1 langdurig samenwonend min of en 24 procent samenwonend getrouwd met. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "samenwonend" dicht bij woorden als aaibare, aandelenadviezen en aanklampen, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met samenwonend
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Samenwonend, maar niet getrouwd? (4 woorden)
Hij was samenwonend en had drie kinderen. (7 woorden)
Ze overleed, nog steeds samenwonend met Louis Aragon, in 1970 aan een hartaanval. (13 woorden)
En de anderhalve man en een paardenkop die met een Nederlandse getrouwd is (Turkse of Marokkaanse vrouwen gehuwd of samenwonend met een Nederlandse man komt vrijwel niet voor) gedraagt zich negen van de tien keer naar buiten toe alsof hij dat niet is. (43 woorden)
Dat er een voordelige regeling bestaat in de vorm van fiscaal partners voor de inkomstenbelasting, maakt niet dat je dan maar als samenwonend stel als één belastingsubject mag worden gezien. (30 woorden)
Door mijn huiselijke situatie (samenwonend met sportfanaten) ben ik beter op de hoogte van sportfeiten dan strikt noodzakelijk voor een vrouw van 42 met een absolute desinteresse in sport. (29 woorden)
Samenwonend, maar niet getrouwd? (4 woorden)
Maar Yussuf een blok verderop, samenwonend met zijn gescheiden vrouw en dus twee uitkieringen, heeft wel een nieuwe auto gekocht hoor! (21 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ongeveer 8 procent van de huishoudens bestaat uit eenoudergezinnen, 23 procent was samenwonend/getrouwd zonder kinderen en 24 procent samenwonend/getrouwd met kinderen.
Dus: ouders van een nieuw samengesteld gezin, een ongehuwd samenwonend koppel en een homopaar mogen geen seks hebben.
Aan de tegengoals in de met 0-3 verloren thuiswedstrijd kon de Leusdenaar, tegenwoordig samenwonend met vriendin Zoë in Amersfoort, niet al te veel doen.
Dat er een voordelige regeling bestaat in de vorm van fiscaal partners voor de inkomstenbelasting, maakt niet dat je dan maar als samenwonend stel als één belastingsubject mag worden gezien.
Ik heb dus 2 collega's die binnen hun vaste relatie (1 huwelijk, 1 langdurig samenwonend) min of meer gedwongen abortus hebben gepleegd.
Mikhael Niemba Suka en Iris Leerdam, allebei 29 jaar en samenwonend in Antwerpen, speelden 3.982 euro bij elkaar.
Bovendien kunnen ook mensen die niet op hetzelfde adres staan ingeschreven, maar wel vaak op hetzelfde adres verblijven, beschouwd worden als samenwonend.
Maar Yussuf een blok verderop, samenwonend met zijn gescheiden vrouw en dus twee uitkieringen, heeft wel een nieuwe auto gekocht hoor!
Samenwonend, maar niet getrouwd?
Vandaag Anna Kooijman (58, samenwonend met Marcel en werkt als praktijkbegeleider) die op Splinter stemt.
De rechten van uitkeringsgerechtigden (al dan niet samenwonend met andere overheids-uitkeringsgerechtigden) laten we ook maar even buiten beschouwing.
Hij was samenwonend en had drie kinderen.
Ten opzichte van de zeven andere sociale milieus is men minder vaak gehuwd of samenwonend.
Ze overleed, nog steeds samenwonend met Louis Aragon, in 1970 aan een hartaanval.
Samenwonend zonder kinderen, hoekwoning van een rijtjeswoning, op eigen kosten geïsoleerd met € 0,- subsidie.
Oh ja, ik ben wit, man, in NL geboren (net als mijn grootouders) en gelukkig samenwonend.
Als ze kinderen hebben, worden ze fiscaal bevoordeeld ten opzichte van gezinnen waarvan de ouders gehuwd of wettelijk samenwonend zijn.
Door mijn huiselijke situatie (samenwonend met sportfanaten) ben ik beter op de hoogte van sportfeiten dan strikt noodzakelijk voor een vrouw van 42 met een absolute desinteresse in sport.
En de anderhalve man en een paardenkop die met een Nederlandse getrouwd is (Turkse of Marokkaanse vrouwen gehuwd of samenwonend met een Nederlandse man komt vrijwel niet voor) gedraagt zich negen van de tien keer naar buiten toe alsof hij dat niet is.
Uit het onderzoek blijkt voorts dat de gemiddelde Vlaamse marktkramer 47,5 jaar oud is, laag tot gemiddeld geschoold en samenwonend.
Veelvoorkomende combinaties met samenwonend
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- samenwonend met 10×
- of samenwonend 5×
- samenwonend stel 4×
- een samenwonend 4×
- ongehuwd samenwonend 3×
- samenwonend zijn 3×
- was samenwonend 2×
- samenwonend getrouwd 2×
- als samenwonend 2×
- en samenwonend 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "samenwonend" in een zin?
Wat zijn synoniemen van "samenwonend"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "samenwonend" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl