Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Schemeren.
Schemeren
Gerelateerde woorden
Schemeren betekenis
donker of licht worden, tussen licht en donker zijn
Voorbeeldzinnen (20)
Als we de Bloedstraat binnenlopen, is het al aan het schemeren.
De maan gaat dan aan de noordwestelijke hemel onder en het duurt nog een uur voor het begint te schemeren.
Heel af en toe lijkt een glimp van de politieke wil hiertoe zelfs al door te schemeren.
Het begint al te schemeren bij de Zeelandbrug.
Het begint al te schemeren, ze checken in bij het appartement in een buitenwijk van Salzburg waar ze zullen verblijven.
Het gaat weer schemeren en het wordt snel donker in het rampgebied.
Het zijn woorden van Roelofsen die openingen bieden en waarin hij ook tussen de regels door laat schemeren nog best wel oren te hebben naar de functie van hoofdtrainer.
Hij had al eerder door laten schemeren dat hij en de kanselier niet helemaal op 1 lijn zaten.
In de plaats daarvan gebruiken ze de melatonine die de menselijke huid afscheidt als het gaat schemeren.
In Stockholm, dat nog vrij zuidelijk ligt, gaat het rond 14.30 uur al schemeren.
Terwijl het begint te schemeren en de sneeuw begint te vallen, hoeft Bos in de tweede omloop alleen nog maar rustig af te dalen en geen fouten te maken.
We wandelen verder, het begint te schemeren nu.
Rond half vijf in de middag begint het al te schemeren.
Het begint al te schemeren als dinsdagnamiddag een rode Peugeot traag komt aanrijden in Rue d’Hanoncourt.
Op de heenweg veel file gehad en het begon al te schemeren toen we nog 15 minuten moesten rijden.
Wat nog ontbrak waren de Pro-varianten van deze chips, die hier en daar al bleken door te schemeren.
Achter de inderdaad weinig boeiende aspecten van zijn omgeving schemeren voortdurend beelden uit het verleden.
Degra heeft al wel door laten schemeren dat Azati Prime de daadwerkelijke plaats is waar het wapen wordt gemaakt.
De mannelijke vlinders fladderen vooral overdag bij zonneschijn rond, terwijl de vrouwtjes pas vliegen als het gaat schemeren.
De Romeinse schrijvers Tacitus en Plinius de Jongere noemen Jezus alleen Christus zonder ook maar iets door te laten schemeren van een messiaanse status van Jezus.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl