Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Schim.

Schim betekenis

fantoom of geestverschijning is een vermeend verschijnsel dat in het volksgeloof doorgaans in verband wordt gebracht met de ziel of geest van een overleden persoon die niet tot rust kan komen | is de schaduw die een object werpt op een ondergrond of een ander voorwerp, schaduwbeeld

Synoniemen van Schim

Schim translation to English

Voorbeeldzinnen (20)

Nyligen ankommen til de döddas Rijke (Een dialoog tussen de schim Argus en de schim van een onbekende vrouw, zojuist aangekomen in het dodenrijk).

Op de eerste bladzijde van het eerste boek van Eragon wordt beschreven hoe de Urgals een schim dienen die op dat moment nog geen naam heeft, later blijkt dat de schim Durza heet en uiteindelijk wordt deze door Eragon verslagen.

De takken Schim van der Loeff en Verniers van der Loeff voeren een gevierendeeld wapen, met in de kwartieren I en IV het wapen Van der Loeff en in de andere twee kwartieren respectievelijk het wapen Schim en Verniers.

De doodsoorzaak is nog onbekend, maar de zangeres was al 18 maanden lang een schim van zichzelf.

De eerste keer dat wij haar in levende lijve te zien krijgen – ze zit in een instelling – oogt ze verpieterd en is ze een schim van de vrouw die we eerder op een oude film zagen lachen naast een klein blond jongetje.

De Salon van Parijs is een schim van wat het ooit was en de Salon van Genève is er al jaren niet geweest.

De vastgoedmarkt toont licht herstel, maar blijft een schim van weleer.

Een schim, iets uit een andere tijd, van oude mensen, de dingen die voorbijgaan.

Een schim van de held die hij ooit was: wat is er met Mr. T uit ‘The A-Team’ gebeurd?

Het leed werd daarna erger voor Heracles, dat geen schim was van de ploeg voor rust.

Hij ziet een schim wegvluchten van zijn bed.

In de maanden die volgden, werd Naomi langzaam een schim van de levenslustige jonge vrouw die ze ooit was.

Maar tegenwoordig open je nog geen boek op je smartphone, of vanuit je ooghoeken zie je een schim een notitieblok pakken.

Slechts glimpen ving ik op, ze was een geheimzinnige schim die me telkens ontsnapte.

Sven is geen schim meer van wat ie was.

Zijn rentree in het/de DTM was ook in een achterhoede team en daar was hij nog geen schim van z’n laatste jaren bij Mercedes.

Biden is slechts een schaduw, geeneens een schim van wie hij ooit was.

Dat is nog een schim van wie hij was bij Tottenham, dat beseft hij zelf ook.

De aantallen zijn een schim van die van Barings: respectievelijk 162 en 231 personen.

De politie heeft in haar jacht op de man lange tijd niet veel meer dan een zwarte schim en een vaag beeld van zijn fiets.