Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Uitgroeisel.

Uitgroeisel

Uitgroeisel | Uitgroeisels

Voorbeeldzinnen (9)

De staart heeft aan weerszijden van de eerste drie segmenten een klein, knotsvormig uitgroeisel, dat over de rug naar de binnenkant wijst.

Deze zesde vinger is echter geen uitgroeisel van de middenhandsbeentjes zoals alle andere vingers, maar een uitsteeksel van het polsbeen.

Tegenover dit uitgroeisel bevindt zich aan de bovenkant een dunne opstaande richel met holle zijkant, een structuur die zeldzaam is bij de Dromaeosauridae maar normaal voor basale vogels.

Wellicht, maar dit geeft wel aan hoe "objectief" dat NPO uitgroeisel Twan Huys is.

Haan met hanenkam, (kleine) oorlellel en keellellen Mannelijke fazant met lellen rond de ogen Helmcasuaris met benen helm en keellellen La Mancha-geit met lellen Bij vogels is een lel een vlezig uitgroeisel bij de kop of nek dat naar beneden hangt.

Aan de bovenzijde van het derde antennesegment is bij de fruitvlieg een langwerpig uitgroeisel aanwezig, dat duidelijk langer is dan de antenne zelf.

De spoor (het holle naar achteren gerichte uitgroeisel in de bloemkroon) is bij het tweebloemig viooltje het kortst van alle viooltjessoorten.

Deze zesde vinger is echter geen uitgroeisel van de middenhandsbeentjes -zoals alle andere vingers- maar een uitsteeksel van het polsbeen.

Een ghara is een Indiaas woord voor een aardewerken pot die met enige fantasie lijkt op het uitgroeisel op de neus van de volwassen mannetjes van de gaviaal.