Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Uitgroeisels.

Uitgroeisels

Uitgroeisels | Uitgroeisel

Voorbeeldzinnen (14)

En het bos laat niet na je daar aan te herinneren: al die bomen met hun uitstulpsels en aanvreetsels, hun gebogen kalende stammen, hun dunne uitgroeisels aan de top.

Barbourofelis had tevens prominente apofyses, benige schedevormige uitgroeisels van de onderkaak die naar beneden gericht waren en net zo lang waren als de bovenste hoektanden.

De groeilijnen vertoonden brede, dunne bladachtige uitgroeisels, die dienden om de schelp te behoeden tegen het wegzinken in het weke sediment, maar ook als camouflage.

De huid van deze schorpioenvis is bedekt met allerlei uitgroeisels.

SUV's en andere uitgroeisels zijn ook nergens voor nodig.

Deze zou zich soms afdrukken in eene minder gunstige vorming van den schedel, welke somtijds dien der idioten zou naderen, of met indruksels of uitgroeisels zijn voorzien, terwijl de aangezigts-hoek dikwijls veel minder dan 80° zou bedragen.

Meest bij ouderen voorkomende degeneratie van een of meer gewrichten, waarbij het gewrichtskraakbeen dunner wordt en zich uitgroeisels ofwel randwoekeringen langs de randen van een gewricht vormen en daarbij stijfheid en pijnscheuten veroorzaken.

De onderbenen tonen op verschillende botten eigenaardige uitgroeisels die de beschrijvers interpreteren als pathologisch, dus het gevolg van een ziekte.

De sporendoosjes worden beschermd door paraphyses, uitgroeisels van de basis van het sporendoosje.

De staartbasis is vooral bij de mannetjes voorzien van een hoge huidkam aan de bovenzijde, die wordt verstevigd door uitgroeisels van de staartwervels wat voor stevigheid zorgt.

Op de rug had het dier een soort 'kam', die was samengesteld uit lange stekels, uitgroeisels van de wervels, waartussen een vlies was gespannen, dat waarschijnlijk een rol speelde bij de warmtehuishouding.

Op de squamosa liggen één of meerdere rijen bulten, traditioneel gezien als vastgegroeide osteodermen of huidverbeningen maar misschien uitgroeisels van de normale schedelwand.

Op de zware solide schedel zaten benige stekels en wratachtige uitgroeisels.

Overigens is het achterhoofd van het volwassen dier veel sterker van uitgroeisels voorzien omdat die aanhechtingen moesten bieden aan zijn veel zwaardere musculatuur, nodig om zijn grotere kop te bewegen.