Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Voegwoorden.

Voegwoorden

Voegwoorden | Voegwoord

Voorbeeldzinnen (14)

Als gevolg hiervan zijn leenwoorden met betrekking tot oorlogsvoering, handel, ambachten en bureaucratie rechtstreeks uit het Duits overgenomen, samen met enige grammaticale achtervoegsels en voegwoorden.

De BGT legt relatief vaak een expliciet verband tussen zinnen met voegwoorden.

Vaak gebruikten ze bewust verkeerde voegwoorden en ongewone interpunctie.

Voegwoorden worden ook wel ingedeeld in groepen aan de hand van hun functie.

Akkoord, maar zonder voegwoorden redden we het niet.

Beide zijn verbonden door zulke onopvallende zaken als lidwoorden, voegwoorden en dergelijke.

Geen lidwoorden, geen onderwerp, geen voorzetsels of voegwoorden.

Voegwoorden, tijdsbepalingen: ze helpen ons te zeggen wat we willen zeggen en 'tegelijkertijd' het omgekeerde te beweren.

Deze voegwoorden (het kunnen opnieuw dezelfde zijn) leiden een bijzin in, zonder dat zij daar deel van uit maken.

In het derde levensjaar zullen kinderen voegwoorden gaan gebruiken.

Voegwoorden zijn onder andere: want, maar, toen, en, of, omdat, zodat, nadat en nog een aantal.

Het belangrijkste verschil tussen de voegwoorden c.q. en of is dat A c.q. B een hiƫrarchie impliceert: dat A de 'standaard' is, en B pas aan bod komt als A niet het geval is.

Na voegwoorden Bijvoorbeeld het voegwoord quamquam: 'hoewel, ofschoon' wordt in de dichtkunst meestal gevolgd door een conjunctivus.

Onderscheid naar grammaticale functie Voegwoorden zijn in twee soorten te verdelen: * Een nevenschikkend voegwoord verbindt twee zinnen of deelzinnen die even belangrijk zijn.