Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wachtte.
Voorbeeldzinnen (20)
Ik wachtte en wachtte.
Ineke (67) wachtte en wachtte en toen ze dacht dat haar volledig nieuw opgebouwde eend dan eindelijk klaar was, duurde het nóg langer.
Hij wachtte op hem tot tien uur.
De advocaat wachtte op Ben.
Ik stopte, en wachtte tot de auto voorbij was.
Hij duwde op de knop en wachtte.
Ik hield de adem in en wachtte.
Tom hield zijn adem in en wachtte.
Ze wachtte geduldig op hem.
Angstig wachtte hij op zijn zoon.
Ik wachtte een uur op hem op het station, maar hij kwam niet opdagen.
Ik wachtte een uur, maar hij kwam niet opdagen.
Er wachtte hem een vreselijk lot.
Ze wachtte een paar uur op hem.
Dan wachtte op de politie.
Tom wachtte tot Mary wegging.
Tom wachtte tot Mary begon.
Ik wist dat hij op Mary wachtte.
Haar vriend wachtte op haar bij de poort.
Ik wachtte op het juiste moment.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl