Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Wandelt.

Voorbeeldzinnen (20)

Zooals hij innerlijk-ongedeerd door Haarlem's gapige straten wandelt, met zijn fluweelen jasje aan en een verfromfaaid peluche hoed kwieks op het hoofd - zo wandelt hij ook door het leven, precies zoo.

Leidsch Dagblad - Leo wandelt solo naar Sint Petersburg $name leest onbeperkt premium artikelen Leo wandelt solo naar Sint Petersburg Leo Blom lopend langs de Noordduitse kust.

Ze wandelt graag en ze wandelt veel.

Hij wandelt graag in het park.

Niets lijkt me tederder dan een oud koppel dat hand in hand door de straat wandelt.

Mijn vader wandelt in het park.

Ik kan je niet volgen als je zo snel wandelt.

Het maakt niet uit hoe snel je wandelt, je kan hem niet inhalen.

Hij wandelt elke morgen in het park.

Mijn vader wandelt iedere dag.

Hij die veel leest en veel wandelt, ziet veel en weet veel.

Er wandelt een kat op het dak.

Tom wandelt snel.

Je wandelt snel.

Ze wandelt iedere dag van de week meer dan een uur.

Hij wandelt graag alleen.

Tom wandelt bijna altijd naar zijn werk.

Hij wandelt zo naar buiten.

En wie beslist trouwens door welke deur je wandelt?

Als je samen met iemand anders wandelt, probeer dan eens een “kleine vriendschappelijke wedstrijd” met elkaar aan te gaan, zegt Evans.