Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "maria zeiden". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Maria Zeiden in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: zeiden
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 41
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 10.7 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 18 begin, 2 midden, 0 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "maria zeiden" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 10.7 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals tom en maria zeiden dat ze, tom en maria zeiden tegen johannes, tom, kleurenblind en johannes.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op mary zeiden, maria magdalena, santa maria, mary zeiden, ouders zeiden en sommigen zeiden, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met maria zeiden
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
Tom en Maria zeiden dat ze kleurenblind waren. (8 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze kunstenaars waren. (8 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze geen koffie dronken. (9 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze dat eergisteren zouden gaan doen, maar ze hadden geen tijd. (16 woorden)
Tom en Maria zeiden tegen Johannes, dat ze niet geloofden dat Elke in Boston was. (15 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze niet wisten dat Johan dat zou moeten doen. (14 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Tom en Maria zeiden dat ze geen koffie dronken.
Tom en Maria zeiden dat ze niet wisten dat Johan dat zou moeten doen.
Tom en Maria zeiden dat ze van pizza hielden.
Tom en Maria zeiden dat ze het heel druk hadden.
Tom en Maria zeiden dat ze kleurenblind waren.
Tom en Maria zeiden dat ze niet kleurenblind waren.
Tom en Maria zeiden dat ze zich zorgen om me maakten.
Tom en Maria zeiden dat ze dat eergisteren zouden gaan doen, maar ze hadden geen tijd.
Tom en Maria zeiden dat ze dat waarschijnlijk overmorgen zullen doen.
Tom en Maria zeiden dat ze wat geld wilden.
Tom en Maria zeiden dat ze Frans willen studeren.
Tom en Maria zeiden dat ze zich moe voelden.
Tom en Maria zeiden me dat ze niets verkeerd hebben gedaan.
Tom en Maria zeiden tegen Johannes, dat ze niet geloofden dat Elke in Boston was.
Tom en Maria zeiden tegen Johannes dat ze gefrustreerd zijn.
Tom en Maria zeiden dat ze dat voor John zouden willen doen.
Tom en Maria zeiden dat ze kunstenaars waren.
Tom en Maria zeiden dat hun huis niet beschadigd was.
Tom en Maria zeiden dat ze het niet geloofden.
Tom en Maria zeiden dat ze morgen niet zo vroeg op hoefden te staan.