Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "maria zeiden". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Maria Zeiden in een zin
Over dit zinsdeel
- Hoort bij het woord: zeiden
Voorbeeldtypes met maria zeiden
Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Tom en Maria zeiden dat ze kleurenblind waren. (8 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze kunstenaars waren. (8 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze geen koffie dronken. (9 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze dat eergisteren zouden gaan doen, maar ze hadden geen tijd. (16 woorden)
Tom en Maria zeiden tegen Johannes, dat ze niet geloofden dat Elke in Boston was. (15 woorden)
Tom en Maria zeiden dat ze niet wisten dat Johan dat zou moeten doen. (14 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Tom en Maria zeiden dat ze geen koffie dronken.
Tom en Maria zeiden dat ze niet wisten dat Johan dat zou moeten doen.
Tom en Maria zeiden dat ze van pizza hielden.
Tom en Maria zeiden dat ze het heel druk hadden.
Tom en Maria zeiden dat ze kleurenblind waren.
Tom en Maria zeiden dat ze niet kleurenblind waren.
Tom en Maria zeiden dat ze zich zorgen om me maakten.
Tom en Maria zeiden dat ze dat eergisteren zouden gaan doen, maar ze hadden geen tijd.
Tom en Maria zeiden dat ze dat waarschijnlijk overmorgen zullen doen.
Tom en Maria zeiden dat ze wat geld wilden.
Tom en Maria zeiden dat ze Frans willen studeren.
Tom en Maria zeiden dat ze zich moe voelden.
Tom en Maria zeiden me dat ze niets verkeerd hebben gedaan.
Tom en Maria zeiden tegen Johannes, dat ze niet geloofden dat Elke in Boston was.
Tom en Maria zeiden tegen Johannes dat ze gefrustreerd zijn.
Tom en Maria zeiden dat ze dat voor John zouden willen doen.
Tom en Maria zeiden dat ze kunstenaars waren.
Tom en Maria zeiden dat hun huis niet beschadigd was.
Tom en Maria zeiden dat ze het niet geloofden.
Tom en Maria zeiden dat ze morgen niet zo vroeg op hoefden te staan.