Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "tom besloot". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Tom Besloot in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: besloot
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 24
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 7.3 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 19 begin, 1 midden, 0 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "tom besloot" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 7.3 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals tom besloot niet te, donker dus tom besloot om terug, kopen, boston en zonder.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op tom droeg, tom vertelde en tom kocht, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met tom besloot
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
Tom besloot leraar te worden. (5 woorden)
Tom besloot monnik te worden. (5 woorden)
Tom besloot rechten te studeren. (5 woorden)
Tom besloot een tweedehandsauto te kopen in plaats van een nieuwe. (11 woorden)
Het werd donker, dus Tom besloot om terug naar huis gaan. (11 woorden)
Tom besloot om zonder kussen proberen te slapen. (8 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Tom besloot om zonder kussen proberen te slapen.
Tom besloot een tweedehandsauto te kopen in plaats van een nieuwe.
Tom besloot dat hij in Boston wilde wonen.
Tom besloot te leren leven met het probleem.
Tom besloot een deal te sluiten met Mary.
Tom besloot leraar te worden.
Tom besloot om de dag vrij te nemen.
Tom besloot niet met Maria mee te gaan.
Tom besloot spaghetti te maken voor het avondeten.
Tom besloot monnik te worden.
Tom besloot naar Boston te gaan.
Tom besloot niet te antwoorden op de vraag.
Tom besloot rechten te studeren.
Tom besloot naar Australië te gaan.
Tom besloot om dat niet te doen.
Tom besloot om vegetariër te worden.
Het werd donker, dus Tom besloot om terug naar huis gaan.
Tom besloot daar niet heen te gaan.
Tom besloot niet te wachten.
Tom besloot een rode auto te kopen.