Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "tom droeg". Zo zie je hoe dit zinsdeel in gewone zinnen wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.

Tom Droeg in een zin

Over dit zinsdeel

  • Hoort bij het woord: droeg

Voorbeeldtypes met tom droeg

Hieronder zijn de voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:

Tom droeg een piratenkostuum. (4 woorden)

Tom droeg geen sokken. (4 woorden)

Tom droeg witte sokken. (4 woorden)

Tom droeg altijd een beurs aan zijn riem, die hij liet rinkelen terwijl hij liep. Geen wonder dat dieven hem opmerkten, hem stiekem volgden en op een nacht in zijn huis inbraken. (32 woorden)

Tom droeg een oranje hoed. Zijn jas was ook oranje. (10 woorden)

Tom droeg een spijkerbroek en een wit T-shirt. (9 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

Tom droeg een rooskleurig vlinderdasje met blauwe bloempjes.

Tom droeg alleen zijn adamskostuum.

Tom droeg de valiezen voor mij.

Tom droeg een spijkerbroek en een cowboyhoed.

Tom droeg een spijkerbroek en een wit T-shirt.

Tom droeg een zwarte spijkerbroek.

Tom droeg Mary op zijn schouders.

Tom droeg Mary op zijn rug.

Tom droeg Mary op z'n rug.

Tom droeg een duur pak.

Tom droeg altijd een beurs aan zijn riem, die hij liet rinkelen terwijl hij liep. Geen wonder dat dieven hem opmerkten, hem stiekem volgden en op een nacht in zijn huis inbraken.

Tom droeg een oude labjas.

Tom droeg een witte labjas.

Tom droeg niet zijn labjas.

Tom droeg een piratenkostuum.

Tom droeg geen sokken.

Tom droeg witte sokken.

Tom droeg een oranje hoed. Zijn jas was ook oranje.

Tom droeg een oranje shirt.

Tom droeg een gymtas.