Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "tom gelooft". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Tom Gelooft in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: gelooft
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 32
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 6.3 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 20 begin, 0 midden, 0 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "tom gelooft" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 6.3 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals tom gelooft niet dat, tom gelooft dat hij, mary, maria en zegt.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op tom droeg, tom vertelde, tom kocht en niemand gelooft, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met tom gelooft
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
Tom gelooft in magie. (4 woorden)
Tom gelooft in helderziendheid. (4 woorden)
Tom gelooft het tegendeel. (4 woorden)
Tom gelooft dat hij de wijsheid in pacht heeft. (9 woorden)
Tom gelooft dat hij weet wat er gaat gebeuren. (9 woorden)
Tom gelooft dat Mary zijn beste vriendin is. (8 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Tom gelooft dat Mary zijn beste vriendin is.
Tom gelooft dat verhaal echt.
Tom gelooft niet in God.
Tom gelooft alles dat Mary zegt.
Tom gelooft alles wat Mary zegt.
Tom gelooft Maria van verre niet.
Tom gelooft in magie.
Tom gelooft in helderziendheid.
Tom gelooft dat hij de wijsheid in pacht heeft.
Tom gelooft het tegendeel.
Tom gelooft niet in het homohuwelijk.
Tom gelooft dat hij weet wat er gaat gebeuren.
Tom gelooft de reclame niet.
Tom gelooft niet dat Maria dit gedaan heeft.
Tom gelooft niet dat ik gewonnen heb.
Tom gelooft niet dat ik heb gewonnen.
Tom gelooft dat Maria kan winnen.
Tom gelooft dat de Aarde plat is.
Tom gelooft nog steeds in de kerstman.
Tom gelooft niet dat narwallen echt zijn.