Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "tom praat". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Tom Praat in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: praat
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 11
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 6.4 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 16 begin, 1 midden, 3 einde
- Zinsoorten: 18 stellend, 2 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "tom praat" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 6.4 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals altijd dat tom praat over zijn, ik met tom praat, mary, problemen en wil.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op tom droeg, tom vertelde en tom kocht, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met tom praat
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
Tom praat met zichzelf. (4 woorden)
Tom praat relatief snel, nietwaar? (5 woorden)
Tom praat steeds over Boston. (5 woorden)
Misschien kan het helpen als je zelf met Tom praat. (10 woorden)
Mary wil altijd dat Tom praat over zijn gevoelens. (9 woorden)
Het kan me niet schelen met wie Tom praat. (9 woorden)
Tom praat relatief snel, nietwaar? (5 woorden)
Wil je dat ik met Tom praat? (7 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Tom praat niet echt veel over zijn problemen.
Mary wil altijd dat Tom praat over zijn gevoelens.
Tom praat zonder na te denken.
Tom praat veel op de telefoon.
Tom praat relatief snel, nietwaar?
Tom praat bijna nooit over zijn problemen.
Tom praat steeds over Boston.
Tom praat als een meisje.
Tom praat altijd over werk.
Tom praat soms in zijn droom.
Wil je dat ik met Tom praat?
Het kan me niet schelen met wie Tom praat.
Tom praat met zichzelf.
Tom praat vaak tegen zichzelf.
Tom praat vaak in zijn slaap.
Tom praat nauwelijks meer tegen me.
Tom praat daar alleen maar over.
Misschien kan het helpen als je zelf met Tom praat.
Tom praat altijd slecht over Mary.
Tom praat met Mary aan de telefoon.