Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Zouter.

Zouter

Zouter betekenis

iemand die in zout inlegt

Voorbeeldzinnen (20)

Die nootjes worden inderdaad altijd maar zouter en zouter.

Dat is iets zouter dan ze had verwacht.

Bij de monding van de Lek bij Kinderdijk en in de Hollandse IJssel bij Krimpen aan den IJssel wordt het water steeds zouter.

Destijds aten proefpersonen daar ongezouten aardappelpuree mee, die ze als zouter en zuurder smakend ervoeren.

Hoe noordelijker je komt, hoe kouder en zouter het water dus is.

En hoe zouter en kouder water wordt, hoe hoger de dichtheid uitvalt.

Zou het niet veel makkelijker zijn om met zouter grondwater te leren leven?

Deze 'tortilla's' zijn kleiner en meestal zouter en worden geroosterd in de as van een traditionele oven.

Dit gebeurt niet te vaak omdat het Amstelwater zouter is.

Door verdamping is het water zouter en daarmee zwaarder geworden.

Een fabriekskaas blijft langer in de pekel liggen dan een echte boerenkaas; daardoor verliest de kaas meer vocht en wordt zouter.

Het meer is steeds zouter geworden.

Hoe langer in het zout, hoe zouter de smaak.

Naarmate de tijd verstreek werd de smaak van gekaakte haring steeds zouter, totdat deze na ongeveer een jaar niet meer eetbaar was.

Strandmeren met een toevoer van zoet water, zoals haffen, zijn veel minder zout dan de naburige zee, terwijl strandmeren in warme, droge klimaten met beperkte toevoer vanuit zee aanzienlijk zouter kunnen zijn dan het nabije zeewater.

Wordt het wel wat zouter en pittiger.

Zijn spekdikken smaken iets zouter dan de zoete variant van zijn vader.

Gulpen/Geuldal/Klein Zwitserland voor wie geen zouter water moet.

Het water in het meertje is met een promillage van 41 zelfs zouter dan het zeewater (35) aan de andere kant van de dijk.

In hun model gaan ze ervan uit dat de bovenste laag ijs een stuk zouter is dan de laag eronder.