Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bluf.

Bluf

Bluf betekenis

poging iemand in de waan te brengen dat men iets achter de hand heeft; uiting bedoeld om het te doen overkomen alsof men tot meer in staat is of sterker staat dan het geval is

Voorbeeldzinnen (20)

Schotse premier: ‘Ik bluf niet over nieuw referendum’ - De StandaardSchotse premier: ‘Ik bluf niet over nieuw referendum’ De Schotse premier Nicola Sturgeon.

Hij daagde haar uit op haar bluf.

Hij callde haar bluf.

Hij stelde haar bluf op de proef.

Hij betrapte haar op een bluf.

Je weet wat ze zeggen... 't Is geen bluf als je het waar kunt maken.

Een blik op mij en je weet dat ik niet bluf.

Alsof ze wilden zeggen: bluf.

BLUF; links-extremistische krijswijven schieten zichzelf in de voet want veel te radicaal.

Brand op het dakterras van café Haagsche Bluf in hartje Den Haag.

Dat is geen strategie, dat is bluf.

De Russen hebben ons blijkbaar decennialang voor de gek gehouden met 'de meest moderne technologie'-bluf en dergelijke.

Die LED zo groot als een puck is natuurlijk amerikaanse bluf.

Een oproep tot geweld van Duyvendak in krakersblaadje Bluf! leidde tot brandstichting bij een slapend gezin in Zoetermeer.

Goh, Haags gedoe, Haagse spelletjes, Nog meer Haagse bluf?

Grootspraak en bluf van die totaalidioten, laten we het daar maar op houden.

Het is bijna aandoenlijk hoe Sjonnie Heitinga geforceerd die Amsterdamse “bluf” probeert uit te dragen.

Het lef en het inzicht waarmee de middenvelder het spel versnelde, de bluf en het vertrouwen dat hij toonde in de confrontaties met grote tegenstanders.

Hierboven leuke ratio op de tweets van Ego Bluf van Hondenlul, onderstaand alvast een mirror van de tweets die Erdo Snob van Skippybal ongetwijfeld gaat verwijderen.

Hopelijk is het geen bluf, want de Mexicaan weet donders goed dat hij beter moet presteren.