Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Orangist.
Orangist betekenis
aanhanger van het huis van Oranje in de Nederlanden | oranjegezind persoon in de Zuidelijke Nederlanden na de afscheiding door de jonge staat België | aanhanger van de protestantse Engelsgezinde partij in Ulster
Voorbeeldzinnen (20)
Als orangist werd hij in 1795 uit die betrekking ontslagen.
Als tegenhanger was er ook een prijs voor het Schoothondje van Oranje, 'de meest schaamteloze orangist van Nederland'.
Een graanmagazijn werd geplunderd onder het voorwendsel dat de eigenaar een Orangist was.
Ook al stemde hij mee de onafhankelijkheidsverklaring, hij was tegenstander van de eeuwigdurende uitsluiting van de Nassaus en was dan ook een van de 27 tegenstemmers, wat hem onmiddellijk het etiket 'orangist' opleverde.
Toen zijn vader overleed, in 1785, benoemde de stadhouder het jaar erop in Hattem niet diens zoon Herman Willem Daendels als schepen, maar een orangist.
Bedacht om van de meest geharde Orangist een zure republikein te maken.
Geboeid wordt de paardenhandelaar en orangist afgeleverd bij het gemeentehuis van Kollum.
Het nogal uitgemolken repertoire aan bijdehante grappen en klismagrollen gaat er in als Kaat Mossels jenever in een orangist, mij bereikte het nauwelijks.
Hij zou door zijn zoon kunnen worden opgevolgd, maar in 1786 benoemde stadhouder Willem V een orangist in de opengevallen plaats.
Men heeft vaak geschreven dat Veranneman in ongenade was gevallen bij de revolutiegezinden omdat hij orangist was.
Na de machtswisseling in 1795 verdween hij - als overtuigd orangist - tijdelijk van het politieke toneel.
Natuurlijk besefte hij ook wel dat de geest binnen het Congres helemaal niet in die zin was geëvolueerd en hij direct het etiket van crypto-orangist zou opgespeld krijgen.
Onder de rooms-katholieke geestelijken waren orangist: Jean-Pierre Maeysz, Michel-Nicolas Muller ( professor aan het Atheneum van Luxemburg) en Valentin Trausch.
Ook al stemde hij mee de onafhankelijkheidsverklaring, hij was tegenstander van de eeuwigdurende uitsluiting van de Nassaus en was dan ook één van de 27 tegenstemmers, wat hem onmiddellijk het etiket 'orangist' opleverde.
Paape, anti-orangist in hart en nieren, gooide zijn onafhankelijkheid te grabbel door vooruit te lopen op gerechtelijke procedures en uitspraken.
Toussaint was zelf een overtuigd orangist en werkte de petitiebeweging tegen die tegen Willem I was gericht.
Den Haen was een Orangist en dat jaar werden door de Oranjepartij verschillende pogingen gedaan om Staatsgezinde officieren in diskrediet te brengen.
Het is waarschijnlijk dat hij zich als orangist na deze beslissing niet meer op zijn plaats achtte in het Congres en hij nam op 7 februari 1831 ontslag.
Hij besefte wel dat de geest binnen het Congres helemaal niet in die zin was geëvolueerd en hij direct het etiket van crypto-orangist zou opgespeld krijgen.
Hij leefde echter in een onzekere tijd; hij was Orangist.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl