Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "achterste tak". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Achterste Tak in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: tak
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 17
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 23.5 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 10 begin, 7 midden, 3 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "achterste tak" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 23.5 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals de achterste tak van het, de achterste tak van de, voorste, bovenkaaksbeen en jukbeen.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op voorste tak, opgaande tak, gewapende tak, voorste tak en opgaande tak, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met achterste tak
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
De achterste tak wordt omvat door de voorste tak van het squamosum. (12 woorden)
De achterste tak van het quadratojugale bereikt de neergaande tak van het squamosum niet. (14 woorden)
De voorste tak vormt een scherpe wig onder de achterste tak van het jukbeen. (14 woorden)
De opgaande tak van het jukbeen raakt een klein driehoekig postorbitale, waarvan de tak richting voorhoofdsbeen steil naar binnen buigt en de achterste tak vrijwel recht naar achteren steekt zodat het bovenste slaapvenster niet al te breed is. (38 woorden)
De achterste tak van de praemaxilla, even ver naar achteren reikend als de opgaande tak, wordt omvat door de vork van de voorste tak van het bovenkaaksbeen en sluit dit uit van de rand van het neusgat. (37 woorden)
De voorste tak daarvan groeit geleidelijk over de achterste tak van het bovenkaaksbeen heen en raakt de fenestra antorbitalis in de achterste benedenhoek, waar het naar boven toe aansluit bij de neergaande tak van het traanbeen. (36 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
De voorste tak daarvan groeit geleidelijk over de achterste tak van het bovenkaaksbeen heen en raakt de fenestra antorbitalis in de achterste benedenhoek, waar het naar boven toe aansluit bij de neergaande tak van het traanbeen.
De achterste tak van de praemaxilla, even ver naar achteren reikend als de opgaande tak, wordt omvat door de vork van de voorste tak van het bovenkaaksbeen en sluit dit uit van de rand van het neusgat.
Het postorbitale heeft een rechte voorste tak, een korte achterste tak en een zeer lange neergaande tak.
De opgaande tak van het jukbeen raakt een klein driehoekig postorbitale, waarvan de tak richting voorhoofdsbeen steil naar binnen buigt en de achterste tak vrijwel recht naar achteren steekt zodat het bovenste slaapvenster niet al te breed is.
Het jukbeen heeft een zwak ontwikkelde beenplaat aan de achterste onderrand, meer achterwaarts geplaatst dan bij andere lambeosaurinen en een naar voren gebogen achterste tak.
De achterste tak van het bovenkaaksbeen buigt op het eind naar boven richting de voorste tak van het jukbeen die doorloopt tot aan de fenestra antorbitalis.
De achterste tak van het quadratojugale bereikt de neergaande tak van het squamosum niet.
De achterste tak van het voorhoofdsbeen wordt overlap door de schuin omhooglopende voorste tak van het postorbitale.
De neergaande tak van het prefrontale is bijna even lang als de achterste tak die in een insparing in het voorhoofdsbeen rust.
De praemaxilla heeft een korte opgaande tak en een lange dunne achterste tak die een wig vormt tussen het neusbeen en het bovenkaaksbeen.
De voorste tak naar het postorbitale heeft geen inkeping om daarvan de achterste tak te ontvangen in een stevige verbinding maar maakt er slechts met de punt contact mee, net als bij sommige basale vogels.
De voorste tak van het jukbeen heeft op een derde van de hoogte van de onderrand af een horizontale richel waarvan het voorste uiteinde omvat wordt door een vork van de achterste tak van het bovenkaaksbeen.
De voorste tak vormt een scherpe wig onder de achterste tak van het jukbeen.
Erachter ligt het prearticulare dat een lange spitse voorste tak heeft en een blokvormige korte achterste tak.
De achterste tak ligt over de voorste tak van het squamosum en vormt de voorste zijrand van het bovenste slaapvenster.
De achterste tak loopt tot onder de voorste tak van het jukbeen door, tot onder het midden van de oogkas.
De achterste tak wordt omvat door de voorste tak van het squamosum.
Het traanbeen is sterk gepneumatiseerd; de onderste tak ervan buigt sterk naar voren terwijl de achterste tak horizontaal boven de oogkas sterk zijwaarts uitsteekt in een waaiervorm.
De achterste tak heeft een aderkanaal vlak bij de kruising met de neergaande tak.
De achterste tak van de praemaxilla is uitzonderlijk lang en overlapt een dunne voorste tak van het bovenkaaksbeen ofwel maxilla.