Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "opgaande tak". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.

Opgaande Tak in een zin

Corpusgegevens

  • Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
  • Gevonden als combinatie bij: tak
  • Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 16
  • Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
  • Gemiddelde zinslengte: 26.4 woorden

Zinsprofiel

  • Plaats van het zinsdeel: 10 begin, 9 midden, 1 einde
  • Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen

Corpusanalyse

  • Het zinsdeel "opgaande tak" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 26.4 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
  • Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals de opgaande tak van het, als de opgaande tak wordt omvat, traanbeen, achterste en bovenste.
  • Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op voorste tak, achterste tak, gewapende tak, voorste tak en achterste tak, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.

Voorbeeldtypes met opgaande tak

Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:

De neergaande tak van het squamosum raakt de opgaande tak van het quadratojugale niet. (14 woorden)

De opgaande tak van het jukbeen richting psotorbitale is dik, de achterste tak naar het quadratojugale kort. (17 woorden)

De voorste tak is kort, de opgaande tak in zijaanzicht breed met een lichte uitholling aan de buitenzijde. (18 woorden)

Dit calcaneum is weer verbonden maar niet vergroeid met het sprongbeen waarvan de opgaande tak, de processus ascendens, slechts de onderste 11% van de voorkant van het scheenbeen overgroeit; de breedte van die tak bedraagt 70% van de scheenbeenbreedte. (39 woorden)

De opgaande tak van het jukbeen raakt een klein driehoekig postorbitale, waarvan de tak richting voorhoofdsbeen steil naar binnen buigt en de achterste tak vrijwel recht naar achteren steekt zodat het bovenste slaapvenster niet al te breed is. (38 woorden)

De achterste tak van de praemaxilla, even ver naar achteren reikend als de opgaande tak, wordt omvat door de vork van de voorste tak van het bovenkaaksbeen en sluit dit uit van de rand van het neusgat. (37 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

De punt van de opgaande tak overlapt de achterkant van de neergaande tak van het traanbeen iets aan de buitenkant; lager overlapt deze neergaande tak aan de binnenkant juist de opgaande tak.

De achterste tak van de praemaxilla, even ver naar achteren reikend als de opgaande tak, wordt omvat door de vork van de voorste tak van het bovenkaaksbeen en sluit dit uit van de rand van het neusgat.

De opgaande tak van het bovenkaaksbeen steekt bij de bovenste snuitrand in een bovenste tak van het traanbeen, door welke tak het aan de buitenkant en binnenkant omvat wordt.

De opgaande tak van het jukbeen raakt een klein driehoekig postorbitale, waarvan de tak richting voorhoofdsbeen steil naar binnen buigt en de achterste tak vrijwel recht naar achteren steekt zodat het bovenste slaapvenster niet al te breed is.

Aan de binnenzijde van de opgaande tak vormt het hoofdlichaam een breed vlak beenplateau dat in een binnenste en buitenste portie verdeeld wordt door een richel die een uitloper is van de achterste binnenzijde van de tak.

De neergaande tak van het postorbitale loopt over de binnenwand van de opgaande tak van het jukbeen en steekt daar in een inkeping.

De praemaxilla heeft een korte opgaande tak en een lange dunne achterste tak die een wig vormt tussen het neusbeen en het bovenkaaksbeen.

De voorste tak is kort, de opgaande tak in zijaanzicht breed met een lichte uitholling aan de buitenzijde.

Advertentie

Het bovenkaaksbeen heeft een hoge en scherpe opgaande tak, terwijl de tak naar het jukbeen verkort is en er een duidelijk facet is als raakvlak met het traanbeen.

Het quadratojugale is V-vormig en de opgaande tak ervan snoert samen met de neergaande tak van het squamosum het onderste slaapvenster van achteren in.

De onderkant staat haaks op de verticale tak en de bovenkant is overgroeid door de opgaande tak van de praemaxilla, een afgeleid kenmerk.

De onderste tak is erg dun; de bovenste is gevorkt en omvat aan zijn uiteinde de bovenste opgaande tak van de praemaxilla.

De opgaande tak heeft een gesplitst uiteinde waarvan de bovenste vork tussen het neusbeen en het traanbeen steekt, het neusbeen met een lang binnenste contactfacet rakend, en de onderste tak intern onder het traanbeen door gaat.

De opgaande tak van het jukbeen staat haaks op de horizontale tak in plaats van schuin naar achteren te lopen.

Dit calcaneum is weer verbonden maar niet vergroeid met het sprongbeen waarvan de opgaande tak, de processus ascendens, slechts de onderste 11% van de voorkant van het scheenbeen overgroeit; de breedte van die tak bedraagt 70% van de scheenbeenbreedte.

De neergaande tak van het squamosum raakt de opgaande tak van het quadratojugale niet.

De opgaande tak van de maxilla heeft een hol bovenoppervlak waarin de lange voorste tak van het traanbeen past.

De opgaande tak van het jukbeen richting psotorbitale is dik, de achterste tak naar het quadratojugale kort.

Dat wordt weer van het neusgat gescheiden door een lange opgaande tak van het bovenkaaksbeen en van de oogkas door een gewrongen traanbeen.

De achterste opgaande tak van de onderkaak buigt pas omhoog ter hoogte van de tweede kies (MH1) of de voorrand van de derde kies (MH2).

Advertentie