Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "voorste tak". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Voorste Tak in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: tak
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 19
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 25.4 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 8 begin, 8 midden, 4 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "voorste tak" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 25.4 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals de voorste tak van het, van de voorste tak van het, achterste, bovenkaaksbeen en jukbeen.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op achterste tak, opgaande tak, gewapende tak, achterste tak en opgaande tak, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met voorste tak
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
De achterste tak wordt omvat door de voorste tak van het squamosum. (12 woorden)
De voorste tak vormt een scherpe wig onder de achterste tak van het jukbeen. (14 woorden)
Het postorbitale heeft een rechte voorste tak, een korte achterste tak en een zeer lange neergaande tak. (17 woorden)
De achterste tak van de praemaxilla, even ver naar achteren reikend als de opgaande tak, wordt omvat door de vork van de voorste tak van het bovenkaaksbeen en sluit dit uit van de rand van het neusgat. (37 woorden)
De voorste tak van het jukbeen heeft op een derde van de hoogte van de onderrand af een horizontale richel waarvan het voorste uiteinde omvat wordt door een vork van de achterste tak van het bovenkaaksbeen. (36 woorden)
De voorste tak daarvan groeit geleidelijk over de achterste tak van het bovenkaaksbeen heen en raakt de fenestra antorbitalis in de achterste benedenhoek, waar het naar boven toe aansluit bij de neergaande tak van het traanbeen. (36 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
De voorste tak van het jukbeen heeft op een derde van de hoogte van de onderrand af een horizontale richel waarvan het voorste uiteinde omvat wordt door een vork van de achterste tak van het bovenkaaksbeen.
Het voorste deel van de tak naar het traanbeen en de bovenkant van de voorste tak zijn uitgehold door de fossa van de fenestra antorbitalis.
De achterste tak ligt over de voorste tak van het squamosum en vormt de voorste zijrand van het bovenste slaapvenster.
De achterste tak van de praemaxilla, even ver naar achteren reikend als de opgaande tak, wordt omvat door de vork van de voorste tak van het bovenkaaksbeen en sluit dit uit van de rand van het neusgat.
Het postorbitale heeft een rechte voorste tak, een korte achterste tak en een zeer lange neergaande tak.
De voorste tak daarvan groeit geleidelijk over de achterste tak van het bovenkaaksbeen heen en raakt de fenestra antorbitalis in de achterste benedenhoek, waar het naar boven toe aansluit bij de neergaande tak van het traanbeen.
De voorste tak van het jukbeen wordt op het voorste derde deel van de binnenzijde doorboord door een klein foramen.
De achterste tak van het bovenkaaksbeen buigt op het eind naar boven richting de voorste tak van het jukbeen die doorloopt tot aan de fenestra antorbitalis.
De achterste tak van het voorhoofdsbeen wordt overlap door de schuin omhooglopende voorste tak van het postorbitale.
De voorste tak is kort, de opgaande tak in zijaanzicht breed met een lichte uitholling aan de buitenzijde.
De voorste tak naar het postorbitale heeft geen inkeping om daarvan de achterste tak te ontvangen in een stevige verbinding maar maakt er slechts met de punt contact mee, net als bij sommige basale vogels.
De voorste tak van het traanbeen wordt aan de voorkant omvat door de gevorkte bovenste tak van het bovenkaaksbeen en iets hoger door een overlappend vingervormig uitsteeksel van het achterste neusbeen.
De voorste tak vormt een scherpe wig onder de achterste tak van het jukbeen.
Erachter ligt het prearticulare dat een lange spitse voorste tak heeft en een blokvormige korte achterste tak.
Het verhemeltebeen is een klein element met een variabel contact met het bovenkaaksbeen en een vaak rechte, soms naar beneden gebogen, tak naar de bovenkant van de voorste tak van het pterygoïde.
De achterste tak loopt tot onder de voorste tak van het jukbeen door, tot onder het midden van de oogkas.
De achterste tak wordt omvat door de voorste tak van het squamosum.
De beschrijvers zien de top daarvan als een apart L-vormig os coronoides dat het surangulare in een dunne tak overhangt en waarvan aan de binnenkant een voorste tak doorloopt tot het midden van de tandrij.
De praemaxilla is zo kort dat de tak naar de maxilla hoger is dan de van voor naar achteren gemeten lengte en zo gezegd kan worden parallel te lopen met de voorste tak.
De voorste tak gaat naar boven geleidelijk over in de korte plaatvormige tak naar het traanbeen die met dit laatste een horizontaal, verdikt, raakvlak heeft.