Hieronder vind je voorbeeldzinnen met "tom liep". De voorbeelden laten zien hoe dit zinsdeel in natuurlijke context wordt gebruikt en welke woorden er vaak omheen staan.
Tom Liep in een zin
Corpusgegevens
- Aantal getoonde voorbeeldzinnen: 20
- Gevonden als combinatie bij: liep
- Corpusfrequentie binnen de collocatiescan: 10
- Lengte van het zinsdeel: 2 woorden
- Gemiddelde zinslengte: 7.2 woorden
Zinsprofiel
- Plaats van het zinsdeel: 20 begin, 0 midden, 0 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse
- Het zinsdeel "tom liep" bestaat uit 2 woorden en staat in deze voorbeelden meestal aan het begin. De gemiddelde zin telt 7.2 woorden en bestaat vooral uit stellende zinnen.
- Rond dit zinsdeel zie je vooral patronen en contextwoorden zoals tom liep naar de, tom liep de marathon, deur, snel en trap.
- Deze combinatie sluit in de zinsdelenindex aan op tom droeg, tom vertelde en tom kocht, waardoor de pagina inhoudelijk verbonden is met nabije combinaties.
Voorbeeldtypes met tom liep
Deze selectie verdeelt de voorbeeldzinnen naar lengte en zinsoort, zodat het gebruik van de hele combinatie sneller scanbaar is:
Tom liep voor Maria. (4 woorden)
Tom liep naar buiten. (4 woorden)
Tom liep de trap op. (5 woorden)
Tom liep terug het huis binnen en deed de deur dicht. (11 woorden)
Tom liep naar binnen in een buiten bedrijf gestelde fabriek. (10 woorden)
Tom liep zo snel dat we hem niet konden inhalen. (10 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Tom liep de marathon in minder dan vijf uur.
Tom liep honderd meter binnen twaalf seconden.
Tom liep naar het raam en keek naar buiten.
Tom liep terug het huis binnen en deed de deur dicht.
Tom liep in zijn adamskostuum rond.
Tom liep langzaam de traptreden op.
Tom liep snel de trap op.
Tom liep om de laatste trein te halen.
Tom liep met Mary naar de poort.
Tom liep naar binnen in een buiten bedrijf gestelde fabriek.
Tom liep de trap op.
Tom liep zo snel dat we hem niet konden inhalen.
Tom liep door een file vertraging op.
Tom liep naar de liften.
Tom liep naar zijn auto.
Tom liep voor Maria.
Tom liep naar Maria toe en schudde haar hand.
Tom liep de slaapkamer in om wat kleren te pakken.
Tom liep naar buiten.
Tom liep naar de deur.